Kamperveen

 

 WEESHUIS.

 

 

In het jaar 1828 ontstond er commotie tussen kerkeraad, diaconie en gemeentebestuur over het stichten van een weeshuis voor kinderen op Kamperveen. Aanleiding hiervoor waren de 4 weeskinderen van de familie Stuurop. Predikant H.Blijenberg was eind 1825 naar Kamperveen gekomen en trof daar een desolate samenleving aan. Veel kommer en kwel  kwam hij er tegen. Mede tengevolge van de beruchte stormvloed van febr. van een paar jaar geleden. De pastorie was bij lange na niet ongeschonden en ook de inwoners van de gemeente ploeterden nog steeds om de gevolgen enigszins te boven te komen. Kerkeraad, kerkvoogden en diaconie hadden meer dan de handen vol. Ook het gemeentebestuur was niet zonder werk. De dominee, juist afgestudeerd en boordevol energie, stroopte zijn mouwen omhoog. Jong, energiek en vol overgave stortte hij zich als herder in de problemen van zijn schaapjes. Toen het probleem van de vier weeskinderen van Stuurop zich in 1827 aandiende was dat een kolfje naar zijn hand. Het was gebruikelijk dat wezen in Kamperveen werden opgevangen door familie of goede gastouders. De diaconie ondersteunde zo nodig met geldelijke tegemoetkomingen. Bij burgerlijke gemeenten die geen tehuis voor deze kinderen exploiteerden kwam deze taak voor rekening van de diaconie. Dit was eigenlijk een wettelijke regeling. Ds. Blijenberg vond dat eigenlijk een achterhaalde zaak. Dit was geen diaconale taak meer. Vooruitstrevende gemeenten stichten een weeshuis en namen de financiën ook voor hun rekening. De geldelijke middelen van de diaconie waren toch al niet rooskleurig en enige ontlasting paste heel goed in hun zorg. In zijn brein ontspon zich een plan om op een doordringende wijze het gemeente bestuur er op te wijzen dat zij de plicht hadden voor opvang en huisvesten van wezen. Zo niet, dan onttrokken zij zich aan hun morele verplichtingen. Hij zou ze dringend adviseren om op korte termijn maatregelen te treffen en een weeshuis te stichten. Immers de kinderen van de familie Stuurop waren dringend aan opvang toe. Allemaal argumenten om de daad bij het woord te voegen. Hij zou Kamperveen mee laten groeien in de tijd. Hij adviseerde als scriba van de diaconie dan ook om deze kinderen niet te adopteren.

 

Op de eerst volgende kerkeraadsvergadering deelde hij tot slot mede dat hij een brief naar het Gemeente Bestuur zou sturen uit naam van de diaconie met het verzoek om taakverlichting. Verder deelde hij over de inhoud niets mede en niemand van de leden van de kerkeraad had de moed of de behoefte om verder over die zogenaamde taakverlichting nadere uitleg te vragen. Immers een afgestudeerde predikant wist veel en kende  de wegen van de  vooruitstrevendheid en aanpak. Niemand had de moed om te vragen wat hij dan wel wilde bereiken. Bang om voor onnozel te worden versleten en uit angst voor het bekende hakje over de neus.

 

De brief werd opgesteld en verzonden naar het gemeente bestuur. Burgemeester en raadsheren stonden paf over de inhoud. Het kwam bij hen over als een grove tekortkoming in hun bestuursbeleid. Zwaar beledigd en in hun wiek geschoten werd de vergadering verdaagd. Burgemeester Chalmot belegde weldra een spoedeisende vergadering. Er werd besloten een afschrift te sturen naar Ged. Staten van Overijssel. Deze overwogen om de predikant en de gehele kerkeraad gerechtelijk te vervolgen als ze bij hun standpunt bleven. Er volgde hunnerzijds een besluit, in opdracht van Zijne Majesteit, dat de weeskinderen definitief onder hoede van de diaconie kwamen in gemeenten waar geen andere opvang was. Dit werd medegedeeld aan de gerechtelijke voogd de heer C.Lamberts. Deze stelde op zijn beurt de diaconie hiervan in kennis. Deze was op hun beurt erg tevreden met deze mededeling want nu kon eindelijk de lang slepende kwestie van de weeskinderen worden opgelost.

 

De diaconie, onkundig van het hele gebeuren, wist niet wat er over hen heen kwam. Wat was er gebeurd en hoe moest er worden gehandeld? Uit het een en ander werd duidelijk dat de inhoud van de bewuste brief van de predikant weinig goeds te berde had gebracht Een afschrift werd verzonden naar de kerkeraad. Deze waren ook al in hun wiek geschoten. Straks werden ze voor de rechter gedaagd en werd predikant en kerkbestuur veroordeeld en achter de tralies gezet.

 

Op 2 juni brengt Burgemeester Chalmot andermaal de miskleun van de hervormde gemeente van Kamperveen ter sprake.

 

Enerzijds spraken zij hun blijdschap uit over de uitspraak van Ged.Staten. over de vier onmondige kinderen van wijlen H.Stuurop. Anderzijds  waren zij zeer verbolgen over de verregaande onvoorzichtigheid van het kerkbestuur om te durven beweren dat het besluit van Ged.Staten op grond van ‘ganselijk’ verkeerde informatie was genomen. De kerkeraad wilde er verder liever over zwijgen en het hele geval in de doofpot stoppen. Hieruit blijkt dus dat de beschuldigingen er in liggen opgesloten; aldus de burgemeester.

 

Eerstelijk: Er is informatie ingewonnen bij een bestuur dat het vertrouwen onwaardig was. Dat ze zo’n besluit niet mochten nemen.

 

Ten tweede: Dat het bericht van het gemeente bestuur tegelijk met dat van de kerkeraad naar GS is verzonden. Dit bericht bevatte ganselijk verkeerde informatie. Van de beschuldigingen werd procesverbaal opgemaakt en verzonden naar de Rechtbank te Zwolle.

 

De aanklacht: De onaangename zaak met voornoemde kinderen, is in het begin van de jaren 1827 begonnen. Alle leden van de kerkeraad als het gemeente bestuur waren er van overtuigd dat de predikant van Kamperveen, Ds. Blijeberg op het oog had nieuwe verordeningen te opperen. Hij stelde voor dat Kamperveen een nieuwe weg moest inslaan. Hij stelde dat het gemeente bestuur moest zorgen voor een weeshuis voor behoeftige kinderen die daar konden worden opgevoed. De diaconie had men dan daarvoor niet meer nodig.

 

De burgemeester en de raadsleden waren hierover zeer ontstemd. Wanneer het gemeente bestuur zich met deze onverkwikkelijke zaak zou moeten bemoeien dan had dat verstrekkende gevolgen voor de inwoners. Er was nooit eerder over een dergelijk plan gerept. Wanneer hiervan sprake zou zijn moesten er fondsen komen om de kosten te dekken met als gevolg dat de omslag moest worden verhoogd. Zonder de minste noodzakelijkheid zouden de ingezetenen aanmerkelijk worden bezwaard. De burgemeester noch de kerkeraad stonden achter  de eenzijdige voorstellen van de predikant. Deze alleszins knappe, doch  jeugdigen predikant heeft weinig ervaring  in de maatschappij. Deze  leraar heeft alles op eigen houtje ondernomen. Het was dus niet de kerkeraad  maar de predikant die de oorzaak was van de weigering van de diaconie om de betreffende kinderen op te nemen. Men kan dus stellen dat de predikant de oorzaak was van alle  onaangenaamheden die daaruit zijn ontstaan.

 

Op de vergadering van de kerkeraad is deze zaak grondig doorgesproken.. Alle agenda punten werden behandeld. Dat in de laatst geschreven notulen duidelijk vermeld werd dat de predikant  een brief naar het gemeente bestuur zou zenden, maar dat niemand iets wist over de  zeer onaangename inhoud en voor het gemeente bestuur beledigende miskleun.

 

De predikant was verantwoordelijk voor de inhoud en niet de kerkeraad. Dat niet de kerkeraad als zodanig aansprakelijk kon worden gesteld, omdat de brief aan niemand is voorgelezen. Alleen hij heeft het onaangename gevoel over zich heen gehaald. Hij heeft niet willen horen hoe het met de achtenswaardigen stand en het karakter van een openbaren Godsdienst helemaal niet overheen is te brengen, om zich op dusdanige manier te willen wreken. Zijn jeugdigen leeftijd, drift en weinig ondervinding hebbende heeft hem parten gespeeld

 

Zo heeft de vergadering, om alle onaangenaamheden, die het gevolg zouden kunnen zijn van de gerechtelijke vervolging van de kerkeraad en de predikant na rijp beraad te hebben overwogen om  tot het volgende besluit te komen:

 

1e  Het schrijven van den predikant uit naam van den kerkeraad van 21 mei 1828 voor ditmaal te beschouwen als niet ontvangen.

 

2e Ds. Blijenberg als predikant en scriba  meer omzichtigheid voor het vervolg als zodanig aan te bevelen.

 

3e Een afschrift van dit besluit  uit de notulen te zenden aan alle betrokkenen.

 

 

Aldus het gemeente bestuur van Kamperveen.

 

 

En zo bleef de zorg van wezen naast de armenzorg voor de diaconie. En tot de bouw van een weeshuis is het nooit gekomen.