Kamperveen

 

 Grevenrit Plundering.

 

 

In de 18e eeuw kreeg Camperveen ook problemen met de Franse troepen onder leiding van Napoleon. Eerst bracht dat de nodige voorzichtigheid met zich mee. Men stelde zich terughoudend op tegen deze niets ontziende bezetters. Verhalen van plunderingen en moorden bereikten ook de bewoners van het lage Venne. Vele colonnes troepenconcentraties passeerden via de dijken en kaden ook dit gebied. In natte perioden niet zelden zonder grote problemen. Dan moesten de bewoners bijspringen om het materiaal weer op de begane weg te helpen. Toen na jaren van strijd de legers hun triomfen zagen slinken met als gevolg dat ook de bevoorrading dikwijls stagneerde, bezochten ze wel eens boerenbedrijven om etenswaren te roven. Dat ging, zoals begrijpelijk, niet altijd in goede harmonie. Op een doordeweekse dag trok een groep cavaleristen van Campen richting Veluwe. Via de Venendijk passeerden ze de Coule Luchtte. In de buurtschap sloegen ze hun tenten op en bivakkeerden er tot de volgende dag. Vele waren anti Frans. Via de toen gebruikelijke kanalen ging dit van buur tot buur en iedereen bracht zoveel mogelijk waardevolle spullen in veiligheid. Want zo zei men: “ Morgen bij het opbreken is het soldatenkostje wel weer verorberd en moet er weer eten komen voor de komende dag. Dan werden enkele in de buurt staande bedrijven gastvrij bezochten en deze mochten het benodigde eten aan de commandant leveren met als enige vergoeding een ruime blik in de lopen van de musketten. Aan het begin van de Spijkersboerskae stond een kapitale boerderij genaamd ‘Grevenryt”. De bewoners werd het al gauw duidelijk, toen zij de tijding die vorige avond vernamen, dat zij de volgende ochtend wel eens eerst een bezoekje konden ontvangen. De gehele nacht waren ze in de weer om zinvolle dingen te bergen, hun vee zover mogelijk van huis te scharen en het aanwezige graan te verbergen. Vervolgens blokkeerden ze de toegang tot het erf met wagens en karren zodat er geen doorkomen aanwas. Ja ze waren zelfs een beetje brutaal om ook de doorgaande weg versperren. Ze hoopten hiermede te bereikten dat ze tijdig rechtsomkeert zouden maakten om de dijk naar Sallick nemen.  Toen de volgende morgen de schemering de dag aankondigde braken de soldaten hun legerkamp op en vervolgden hun voorgenomen weg. Toen stuiten ze op de wegversperring en moest er halt worden gehouden. De bewoners hadden zich binnenshuis verschanst en wachten in grote spanning af hoe dat zou af lopen. Ze lieten zich uiteraard niet zien, maar gluurden ongemerkt door diverse spleten van achter de gesloten vensterluiken. Een kort moment stonden de soldaten stil. Zouden ze terug gaan of zouden ze de barricaden opruimen zo vroegen ze zich af. Er kwam een kort en zeer duidelijk commando van de commandant aan zijn manschappen. “ Omsingelen en de rode haan er in en niemand laten ontsnappen”. Luidkeels klonk het commando door de gouden morgenstond. De boer met gezin en personeel stonden te bibberden in de vertrekken. Ze wilden nog vluchtten maar de soldaten blokkeerden alle deuren en staken de boerderij aan alle zijden in brand. De rode haan kraaide victorie in de vroegte van de gouden morgen en alles verbrandde met huid en haar en niets en niemand die het kon navertellen. Alleen een hoopje smeulende as getuigde van dit drama. En de troepen vervolgden hun weg over den Spijkerboerskae zonder om te zien en zich te bekommeren om de bewoners.