Kamperveen

Pastoriebrand.  ( Uit  A..D.)

 

 

 December 1690.

 

Kort nadat de plichtsgetrouwe klepperman van Campervenne het middernachtelijk uur had afgekondigd ontdekte hij vuur in de kleine pastorie van Ds. Everhardes Worst. Rook en likkende vlammetjes worstelden zich een weg door het rieten dak. Evenlater stond de gehele pastorie in lichter laaie en werd een prooi der vlammen. Hij bedacht zich geen moment en begaf zich naar de plek waarvan hij vermoede dat daar de bedstede zich bevond. Met veel bombarie en heftig geklepper wist hij tijdig de bewoners te wekken. De 47 jarige predikant kwam enkele momenten later, vergezeld van zijn 35 jarige echtgenote Abigael Harssen naar buiten rennen. Beide in een wit-linnen rokachtig nachtgewaad met prachtige slaapmutsen getooid. Niemand van de Campervenners had ooit het predikanten echtpaar zo gezien.

 

De buurbewoners werden allen uit hun slaap gewekt om uit te rukken. Hoewel Campervenne eigenlijk niet meer dan een gehucht is had men toch een pover uitgeruste brandwacht. Het blusmateriaal bestond uit een dozijn leren emmers met houten bodem en een ijzeren draaghengsel.  Bluswater was op het Venne ruim voldoende aanwezig en moest uit een sloot of wetering geschep worden. De gevulde emmers werden doorgegeven naar de sterkste kerels die boven op een kar stonden en smeten de inhoud van de emmers in de vuurzee. Helaas tevergeefs, de pastorie was niet meer te redden. Toen men inzag dat de predikantswonig verloren was werd de aanpalende kerk nat gehouden. Mede dankzij de uit de Suyderzee komende windrichting ( Noortwest) waaiden de meeste vuurvonken een gunstige richting uit. Hierdoor kon men met de grootste moeite het bedehuis behouden.

 

Een aantal omwonenden hebben met gevaar voor hun eigen leven, gehuld in wollen dekens en rokken van huyswijven, kans gezien de uitgebreide en zeer omvangrijke bibliotheek in veiligheid te brengen. Hierin bevonden zich zeer waardevolle theologische werken die in de wijde omgeving grote bekendheid genoten en dikwijls door vele andere predikers geraadpleegd werden. De naast de pastorie staande veestal ging met de gehele voorraad hooi ook verloren.

 

De regentenzoon uit Campen vertelde dat het hem een groot raadsel is hoe de brand in de kleine behuizing kon zijn ontstaan. Het zou kunnen dat een brandende ‘snotneus’ die in de stal stond de oorzaak is geweest. Een hoogdrachtigen koe die de gehele dag al tekenen van onrust voor het kalven aan de dag legde werd geobserveerd. Voor dat ze naar bed zijn gegaan heeft Abigael nog gekeken of alles nog rustig was.

 

De naaste geburen hebben de volgende morgen bij het opgaan van de zon de restanten van de ruïne doorzocht of er nog waarde volle spullen te vinden waren. Het enigste dat zij vrijwel onbeschadigd tevoorschijn haalden was een Gelderse kachel.

 

Het echtpaar is voorlopig onder gebracht bij een landbouwer aan de Noordwendige dijk. De familie Jacobus van Dijck bood hen onderdak.

 

De volgende dag is de vader van Ds. Worst, ( De Schout van de gemeente? ) schepen bij de gemeente Campen, te voet naar Campervenne gekomen. Deze gaf zijn zoon de broodnodige morele steun. Hij beloofde het schadegeval in het stadsbestuur te zullen bespreken. Hij zinspeelde er op dat stad zich voor het geleden verlies garant zou stellen. Zijnde een bedrag van ongeveer tweeduizend goudguldens. Volgens de kerkmeester van Campervenne heeft de pastorij vele bezittingen en goederen. Maar de opbrengst hiervan is onvoldoende om het tractement van een voorganger veilig te stellen. Deze moet naast de zielszorg van de gemeente zijn landbouwbedrijf zodanig runnen dat daar voldoende middellen uitkomen om van te leven. Ds. Worst is het daarmee bij lange na niet eens en verklaard: “Zielszorg is in deze wufte en zedeloze tijden het stiefkind van de samenleving in Campervenne”. Misschien wordt de synode en het kerkbestuur nu eindelijk eens wakker uit hun dommelende uurtjes. Jaren worstelen het kerkbestuur, het burgelijk bestuur van Campen waaronder Campervenne valt en de synode der provincie met deze netelige kwestie. Jaarlijks moest de predikant alle middelen die hem ten dienste staan om zijn tractement te verkrijgen, in de strijd werpen. De kerkelijke kasmiddelen zijn doorlopend uitgeput.

 

De huidige tijden vergen grote sommen geld uit de openbare kassen.Overstromingen en dijkdoorbraken in de Campervenner polder hebben hun invloed niet gemist op de algemene financiën. En wie moet er dan maar op een houtje bijten? De jaarwedde van de predikant kan beter eerst worden gebruikt voor herstel werkzaamheden zodat men de huyslyuden van dit gebied beter kan beschermen.  Daartegenover staat dat de familie Worst over een fiks eigen vermogen beschikt en dat hij beslist niet de hongerigste bewoner is van Campervenne. Dit wapen werd meerdere malen gehanteerd door de provinciale synode.

 

 

Verslag in het toenmalige taalgebruik uit een (waarschijnlijk) andere krant.

 

 

Kamperveen,1690.

 

         In den kleynen buurtschap Camperveen nabij de Hensestede Campen heeft het vier  deesen nagt synen verwoestenden adem laten gaan oover de pastorye mitsgaders den schuur van den Gereformeerden preedicant Everharders Worst (47) In corten tyd waaren woningh soowel als inboedel den vlammen ten proy gevallen. Dank zij  den uyt de suydersee comenden wint en het ijverighe assisteeren van den geburen onder wie sich ene Van Dyck, lantbouwer te Camperveen ten sterckste dienstbaar maeckte, kon het bedehuys behouden blijven hoewel de roode tongen oover het houten dak leckten.

 

Er is nogh niets wijders aen het daglight getreeden wie of wat de oorsaeck magh syn  gheweest van deesen rampsaelighen ende seer kostbaeren brant. De scout van Campen heeft zich bereits met eenigen raetsheeren in den buyten begeeven teneynde een ondersoeck in te stellen naer den brant.  De bedienaer van God’s woort heeft met syn huyswyf onderdak gesocht by den lantbouwer Van Dyck.