Kamperveen

 

 

Orgelbouwer Z.v.Dijk.

 

Bij klachten in 1848 over het functioneren van het orgel doet een nieuw figuur zijn intrede in de Kamper orgelgeschiedenis: Zwier van Dijk uit Kamperveen. Hij herstelde het orgel in 1849 en kreeg daarna het onderhoud toevertrouwd. In 1859 volgde zijn benoeming tot organist van de Bovenkerk. Van Dijk voegde in 1881-1882 de volgende registers aan het orgel toe: Bourdon 16 vt en Prestant 16 vt discant aan het Manuaal, Fluit douce 8 vt en Fluit travers 8 vt aan het Positief. In 1887 volgde opnieuw een verplaatsing van het instrument, waarbij het op zijn huidige plaats komt, de galerij in de noordbeuk. Na het overlijden van Van Dijk (1894) werd zijn neef en medewerker Jan Proper voor het onderhoud aangetrokken. Wederom ontstaat de combinatie orgelmaker-organist van de Bovenkerk, aangezien Proper in 1894 ook tot organist van de Bovenkerk wordt benoemd. Ook hij werkte uitgebreid aan het Broederkerkorgel. Hij breidde de manuaalomvang uit van c''' tot f''', verplaatste de klaviatuur van de voorkant naar opzij, voegde een pneumatisch pedaal van drie stemmen toe en bewerkstelligde een verdere verromantisering van de klank door het toevoegen van een Viola da Gamba en een Vox Celeste 8 vt aan het tweede manuaal, dat nu als een echt bovenwerk boven het hoofdwerk werd geplaatst in plaats van een positief er onder.