Kamperveen

 

 Leenprotocollen.

 

 

Enkele gegevens.

 

 

Maar hoe zit het nu met de bezittingen? Van wie zijn nu de ontgonnen de landerijen? Het eigendomsrecht zoals wij dat nu kennen kwam toen nog niet voor. De leenheer in casu de bisschop had de zeggingschap er over maar was geen eigenaar. Hij had wel het beleningsrecht van alle landerijen. De uitvoering hiervan gaf hij dikwijls in handen van aanzienlijke adellijke lieden, kasteelheren met een sterke vesting die hem trouw waren. En omdat deze magistraten ook graag een aantal manschappen hadden om hun bezittingen te verdedigen verkochten ze het gebruiksrecht van landerijen aan zogenaamde leenmannen (gebruikers). Evenwel verviel het leenrecht bij versterf. Later kwam er wel een soort erfrecht dat door de eeuwen heen geleidelijk aan ook door verkocht kon worden aan anderen. En zo verviel men langzamerhand in eigendomsrecht. Maar voor Campervenne was weinig belangstelling om als leenheer op te treden want men zat met de speciale privilegiën. Daar viel  niets te vingeren. Lange tijd bleven grote gedeelten dan ook bestuurlijk onder de parochie van Campen. Maar de kerkelijke autoriteiten vroegen wel een behoorlijke vergoedingen voor hun diensten. Vooral toen de bewoners hen vroegen om een (Romaanse) devotie kapel te plaatsen. Toen het de inwoners van Campervenne wat beter ging, ontging dat de kasteelheer van Buckhorst niet. En zowaar het lukte de kasteelheer van Bukhorst uit Sallick om met de toenmalige bisschop  een regeling te treffen om de Veners wat schattingen te laten betalen. Dat bezorgde Gijsbert van Putten die een slot onder Elburg bewoonde, koude rillingen op de rug. Hij was aanhanger van de Hertog van Gelre en kon ook best een steuntje in de rug gebruiken. Hij stuurde zijn troepen (lees leenmannen) het gebied van Campervenne in en eiste van de boeren diverse goederen. En als ze onvoldoende schattingen kregen dan sloegen ze de boel kort en klein. Omdat de leenmannen van Campervenne geen krijgservaring hadden leden ze zwaar onder deze Gelderse strooptochten.

In die tijd kende men  ook het ‘koddelenen’ . Dat wil zeggen dat de leenmannen van hun leenheer een ‘kodde’ kregen ter verdediging. Dat was een stok met aan het ene eind een stukje ketting en aan het andere eind van die ketting een ijzeren bol met scherp ijzeren stekels. Met dit slagwapen kon men de jeukende vingers van de aanvaller krabben en als dat niet hielp haalde men hem flink over de andere delen van zijn lichaam. Of Campervenne ook zulke beleningen heeft gehad is niet helemaal duidelijk.

 

(Witte Handschoenen en opzoeken van slagwapen)

 

In de rijksarchieven komen we enkele specifieke leenprotocollen tegen in het schoutambt Campervenne. In de begin periode waren de aantekeningen zeer summier. De jaartallen met namen duiden de overdracht aan. Hieruit blijkt dat vrijwel alle leenmannen buiten Campervenne woonden en hun verkregen rechten weer aan onderdanige uitbesteden. Een enkele korte beschrijving ervan lijkt een aardige aanvulling.

 

 

De oudste op straat, naast enig graat,

 mans voor vrouwen zullen het leen behouden'

 

 

         Leenregisters of protocollen geven informatie over overgangen van bezit.

 

 

*        De gerichte tot Hollanderhusen en die vischerije in des Gereven Ryt. (Grevenrit)

 

 

2 aug. 1450: Henrick die Vos Reynoltssoen na de dood van zijn moeder Alyt van Putten.

 

 

*        De tyns. Twee delen.

 

 

         1379-1382. Jan van Bochhorst.

 

25 febr. 1407: Frederic v.d.Eze in opdracht van Johan van Buchorst. Johans vrouw Elisabeth deed afstand van haar recht van lijftucht.

 

17 nov. 1445. Andries Schilder in opdracht van Zwene v.d.Eze de vrouw van Johan van Buchorst.

 

 

         10 febr. 1450. Boeleman van Benthem namens die ‘Heilige Geest tot Campen’.

 

 

*        De Voersterslaghe op Campervenne.

 

 

         1379-1382. Wolter van Voerst.

 

24 febr. 1384- 4 apr. 1393. Sweder v.Voerst.  Hulder was zijn voogd Sweder v. Rechter.

 

 

*        Het Erve ende goet strekkende van de Gelderse Grafte tot aan de          Spyckerboorsdyck.

 

 

Op 21 Nov.1646 is dit goed op verzoek van Otto Gansneb genaemt Tengnagel     verruild.

 

         1667 24 apr.  Joannes v.Oelen, predikant te Campen.

 

1681 7 okt. Sara van Oelen na de dood van haar vader Joannes. Hulder haar man mr. Philippus theodorus Tollius, sec. en griffier van de prins v.Orange.

 

1686 18 jun. Sara v. Oelen, wed. Van P.T.Tollius, namens haar onmondige zoon   Johannes. Hulder Henric Queisen. Klerk der prov. Ov.

 

 

*        Het goet genoemd Ollens Erve te Campervenne, groot acht akkers.

 

 

         1379-1382. Hessel Alpherssoen.

 

         1395. Alfer Hesselszoen van Yselmueden.

 

         1422. Jacob Riets.

 

         1433. Bette Reets na de dood van haar broer Jacob Riets. Hulder Joh.         Holtsende.

 

         1438. Betke Bollen na de dood van haar moeder Betke Riets. Hulder haar    man Joh. Bollen.

 

         1442. Is het leengoed verdeeld in twee halven.

 

 

*        Genaamd: Des Bisscopsslach.

 

 

         (Daarop staat waarschijnlijk havezate Wittentein.)

 

 

         1442. Egbert Bolle

 

         1450. Hille dochter van Joh.Bolle. Hulder haar man Wolff  Wolterssoen.

 

         1492. Wolter Wolffszoen na de dood van Hille Bolle.

 

         1513. Johan Wolffszoen.

 

         1538. Wolter Wolffszoen.

 

1573 Henrick de Wolffs van Westenraede na de dood van zijn broer Wolter.

 

         1592. Philibert de Wolfs.

 

         1605. Johan Witten

 

         1618. Arent Witten, onmondig, na de dood van zijn vader Johan Witten, Rentmeester van Sallandt. Hulder zijn zwager Gerryt v. Heucklum.

 

         1635. Arent Witten, Burgemeester.

 

         1654. Adriaen Witte, drost van Isselmuiden.

 

1670. Dorothea Witten, dochter van Celleman Witten, na de dood van Adriaen Witten. Hulder Jacob v. Ingen tot den Ham, kapitein.

 

 

*        De Zudertienden op Campervenne.

 

         ( Het latere ‘Wittenstein”).

 

 

         1379. tot 1382. Maes v.Onden.

 

         1394. Lubbe v. Onden.

 

1399. Henric v. Onden, onmondig. Hulder Arnd v. Onden. Een vierdeel van de Zudertienden byzyden der kercken in de Bochorsterslaghe.

 

         1409. Gherloff Cornermerckt.

 

         1433. Henric v. Onden.

 

         1443. Thomaes v.Oenden.

 

         1450. Evert v. Oenden.

 

         1460. Femme, dochter van Evert. Hulder Boelman Putte.

 

         1492. Femme, dochter van Evert. Hulder haar man Maes maeszoen.

 

         1518. Hille Roepers. Hulder haar man Johan v. Brouchuysen.

 

         1519. Kunera Roepers, dochter van Peter Lubberts. Hulder haar rootvader            Maes          Maeszoen.

 

1551. Gertrudt van Broeckhysen als oudste dochter in de zijlinie, nadat haarzuster Kunera non was geworden in het Clooster Clarenwater.

 

         1557. Geertruyt v. Broeckhuysen. Hulder Anthonis v. Doernick.

 

         1603. Anthonis van Dornick, na de dood van zijn moerder. Geertruyt.

 

1605. Femma v. Doernick. Hulder haar man Henrick v. Averenck die Jonge.

 

         1622. Anthonis v. Doornick.

 

         1629. Helmich v. Doornick, Heer van Vosmeer,enz. Kapitein.

 

1687. Adriana Geertruid v. Renesse, wed. Van Reinier Schaep tot Winshem,         dijkgraaf van Zalland. Hulder Damiaan v.Duren.

 

         1693. Jacob Ridder na opdracht door Adriana Geertruidt v.Renesse.

 

1702. Anna Ridders, vrouw van Petrus Barnars, schout van Vollenhove. Daarnaast          Bartha Ridders vrouw van Isaak de la Planque, na de dood van          muntmeester Ridder. Hulder dr Wolter Brink.

 

1736. Margaretha Bernars. Wed ten Broecke, met Agaatha Bernars en dr Jacob Bernars. Hulder Willem van Arnhem, Advocaat. Dit drietal droeg de tienden over      aan Willem hendrik Bentink  en zijn vrouw Anna Elisabeth van          Dedum, heer en vrouwe van Wittenstein.

 

         1746. Willem Hendrik Bentinck tot Wittenstein.

 

1755. Anna Elisabeth van Dedem, wed. Van bentinck, vrouwe van Wittenstein, Wekeren en Ahnem, namens haar onmondige zoon Coenraad Willem          Bentinck. Hulder Willem van Frydagh.

 

         1762. C.W. Bentinck tot Wekeren.

 

 

                   Een afsplitsing van den Zuijttienden.

 

        

 

         1394. Golde, vrouw van Rubbert van Itterssum.   Hulder haar man.

 

1399. Henric van Oestenwolde na de dood van Goldeke, vrouw van Roebert van Yttersim.

 

         1401. Henric Buerwoltsoen van den Marsche.

 

         1406. Tydeman Henrixsoen.

 

         1415. Femme, wed van Maes van Onden

 

         1433. Werd het weer herenigd.

 

 

         Koop en verkoop.

 

 

1319, 4 october. Ermgardus Rodolphi geeft aan haar dochters Cristine en Elke      8 ackers land in 'Veno in parochia Campensi'.

 

1330, 26 mei geeft Grete, de vrouw van Jacob van Enze, aan haar zoon Ludekin 2 ackers landes bi Zuder den kerken van t'Vene.

 

1533, 13 mei. Aankomsttitel van een erve te Camperveen gelegen op de veerstal van de Enck.

 

1377. Bisschop Arnd von Horne vereffend een geschil tussen Pelgrim van Putten en zijn broeders over de thins uit de hoeve van Scoutzoon Ludeken gelegen op het Zuideinde.

 

1340 Worden erven en landerijen gelegen in de hollanderhuzen verkocht met alle erom liggende dijken.

 

1418 Kampen koopt van verschillende eigenaren grond langs den Enck. Deze gronden lagen tussen den Hogenweg en de Zwartendijk. Hiermede werd de Slaperdijk verlengt en een begin gemaakt met een verbinding tot aan den Noordwendigedijk. Ook wel Noertwennige genoemd.