Kamperveen

Ingeoenen.

In de eerste eeuw na Chr. Leefden de Ingeoenen, een West-Germaanse volkstam in deze contreien.

 

Ze spraken de taal ‘Iweoons’.

 

 

Deventer had hier een sterke macht. De Lebuinuskerk had het tienden recht aan de Reest.

 

 

Graaf van Holland.

In de jaren 1100-1200 verloor de bisschop van Utrecht steeds meer macht aan de Graaf van Holland. De Noord Veluwe verdween geleidelijk en daarom zocht hij ter compensatie terrein in Oostelijk richting.  Het gebied van Campen en wijde omgeving kwam steeds  meer onder zijn invloed. Hij probeerde toen hele gebieden te ontginnen door het inschakelen van Hollandsche  kolonisten. Deze waren deskundig op het gebied van ontginning, inpoldering en ontwatering. Ze hadden veel ervaring in het in cultuur brengen van moerasgebieden. Vervolgens volgde dan geleidelijk annexatie.

 

 

 

De Riette.

Het riviertje de Riette, (ook Ryet, of  Brone genoemd) heeft waarschijnlijk haar water afgevoerd via Zalk en de Coeluchter Hang.  Vervolgens over het grondgebied Kamperveen  richting Kampen en Brunnepe. Deze (Hang)was in die tijd nog niet verbonden met de IJssel en liep wat ZuidWestelijker door het Buitenland. Ongeveer parallel aan de Venendijk.

Daar is de haven de Riette nog aanwezig.

 

 

Hollander ackers.

 

1516. In de Hollanderackkers lopen de slagen land van Oost naar West. De Buchhorster kade werd in die tijd “De Schoorsteen”genoemd. (Scheiding tussen Zalk en Kamperveen).

 

In 1478, prima Septembris, heeft de stat Campen de Raedijck, gelegen neffens de Buchhorsterdijk, streckende van den Isselvenedijck doer Hollanderhuyser ende acker nae die Veluwe op der stat kosten doen maken opdat men eenen wech toe beth moege hebben winterdages aen der stat toe komen.

 

Rae- Roodyck= nu: Janboerswegje.( loopt evenwijdig aa de koppelkade, zie schoorsteen.)

 

Riete of s’Greve-reyt = (Gegraven  sloot) een riviertje dat liep vanaf de Veluwe op de grens van Kamperveen en Zalk.

 

 

Gereedschappen.

In de jaren 700-850 werden er praktischer gereedschappen en werktuigen gemaakt om water overlast beter te kunnen indammen. Dichte bebossing langs de IJssel werd opgeruimd waardoor vruchtbare gebieden ontstonden die geschikt waren voor migranten

 

 

Brunnepe.

Deze woonkern is waarschijnlijk in 800 ontstaan door bewoners die van de droge Veluwe vruchtbare gebieden opzochten.

 

 

De Polder Camperveen.

In de 15e eeuw droegen de erfgenamen van Camperveen, de Marke genoten genoemd, aan de stad Campen vrijwillig het recht over aan het stadsbestuur van Campen om een dijkgraaf en drie heemraden te benoemen. Voorwaarde was wel dat deze bestuurders in het gebied van Campervenne eigendommen en bezittingen aan land moesten hebben. Dat wil zeggen mede  erfgenaam zijn. Wel mochten ze in Campen wonen. Campervenne had wel het recht behouden om uit hun eigen gelederen twee zogenaamde buitenheemraden te benoemen die toegevoegd dienden te worden aan het Camper bestuur. Deze buitenheemraden werden gekozen uit de Marke genoten. Inwoners die bezittingen hadden binnen het polderdistrict en als zodanig mede bestuurder waren over de waterstaatkundige werken. Ook hadden zij medezeggenschap over het burgelijk- en kerkbestuur. Omdat Campen na de 15e eeuw een bloeitijd doormaakte belegde menigeen zijn goudguldens in het Venne met het kopen van een akkertje grond. Deze mede erfgenamen die te Campen woonden bezaten rond 1700 ongeveer de helft der gronden van Campervenne. En dat vertaalde zich in een overmacht aan bestuurlijke beslissingen. Deze vielen nogal eens uit in het voordeel  der Campenaren terwijl de erfgenamen van Campervenne er meestal bekaaider afkwamen.

De vergaderingen van het polderbestuur werden op het raadhuis van  Campen gehouden en ook het Polderarchief werd daar bewaard.

Buiten medewerking van Campen werd op 24 april 1795 een resolutie aangenomen waarin  diverse wijzigingen werden doorgevoerd. Uit deze resolutie  ontstond een geheel nieuwe bestuursvorm. Dit gold ook voor Campervenne. Door deze gewijzigde staatsvorm  ontstond er een splitsing tussen waterstaatkundige werken enerzijds en Burgelijk en Kerk betstuur anderzijds. Een nieuwe bestuursvorm voor deze polder werd dus ingevoerd en vormde het waterschap Campervenne. De nieuw benoemde gecommitteerden verzochten het voormalige bestuur om het polder archief in hun bezit te krijgen. Maar omdat bestuurlijk Campen daar fel optegen was dat zij een stuk zeggingskracht over dit gebied verloren weigerden zij het af te staan. Uit eindelijk na veel herrie en daverende vuisten op tafel ondertekende men de resolutie en werd het op  6 mei 1795 onder protest afgestaan.

Een lijst van de over te dragen archiefstukken werd opgemaakt. Volgens aantekeningen uit het verleden moesten op de gevraagde lijst 12 reglementaire punten voorkomen. Zoals ze destijds op 28 November 1795 op het raadhuis werden gedeponeerd. Toen men de lijst met aantekeningen uit de archief stukken in handen kreeg  en raadpleegde waren er nog maar 4 nummers aanwezig. De andere waren zogenaamd spoorloos verdwenen en niemand kon zich herinneren hoe dat nou kon. (Kamper nuchterheid.)

Bij resolutie van 18 mei 1796 werd door de erfgenamen van Camperveen het polderbestuur gereorganiseerd  De benoeming zou geschieden uit en door de erfgenamen en zal bestaan uit een dijkgraaf en drie heemraden binnen het kerspel en twee heemraden binnen Kampen wonende  Voorts werd aan de polder verbonden een sluismeester, een kerkmeester, een ontvanger, een secretaris en een dijkschrijver. Wel moest er door het nieuwe polderbestuur schoonschip worden gemaakt. Een herziene akte van de bisschop van Utrecht van 1781 ondertekend door Johan van Vernenborgh. Daarin stonden de oude privilegiën van Campervenne van 27 april 1365. Welke vrijheden ze hadden en welke lasten zij moesten afdragen. Van de vrijheden werd nogal veelvuldig gebruik gemaakt. Maar aan het voldoen der schattingen die waren opgelegd ontbrak nog wel het een en ander. Rond 1500 waren de leefomstandigheden zogenaamd dermate slecht dat men niet meer aan de opgelegde verplichtingen kon voldoen. Maar de pander inde wel de verschuldigde tienden van de opbrengsten. In 1513 stelde de toenmalige bisschop een onderzoek in en vroeg de schout waar de restanten van Camperveen bleven. Aan de afdracht van de  belastingen ontbrak nog wel eens wat. De bisschop liet de zaak grondig uitzoeken  en stuurde korte tijd later de schout die het beheer had over Camperveene  een schrijven en daarin beveelt hij dat de restanten zo spoedig mogelijk af te dragen zoniet dan wordt zijn schoutambt verbeurd. Vervolgens wist ieder weer waar hij aan toe was.

 

 

Blijkens de resolutie van erfgenamen van 30 april 1781 werd een dubbele akte opgemaakt. De akte van bevestiging van Johan van Vernenborgh, bisschop van Utrecht van de privilegiën en vrijheden van lasten die de bewoners van Camperveen  van oudsher bezaten sinds 27 april 1365. Akte waarbij Frederick van Baden bisschop van Utrecht de  schout van Camperveen beveelt de restanten van de  schatting in te vorderen en op verbeurte van zijn ambt de 24 dec. 1513.  De akte van getuigenis van de schepenen en raden van Campen.

 

 

Waterschappen zijn rechtstreekse voorzettingen van Marken. Beide waren voor  1795 marken waarvan de grond  onverdeeld was. De markegenoten, de eigenaren van de hoeven, behartigden de waterstaatkundige belangen en voerden tevens het burgerlijk bestuur over de bewoners uit.

 

Vanaf 1795 verloren zij het burgerlijk bestuur en werden de gemeenten ingesteld.

 

 

 

 

De zeer strenge winter 1844-1845.

Begin dec. 1844 is het begonnen te vriezen tot midden Januari. Zes weken lang vroor het pittig en alle open water was bedekt met ijs. De IJssel en zelfs de Zuiderzee kruiden dicht. Alles vergezeld van de nodige sneeuw. Daarna was er enige dooi maar het ijs was nog lang niet gesmolten of de winter sloeg in alle hevigheid weer toe. Scheepvaart stremde langdurig wat de nodige problemen gaf in de dagelijkse benodigdheden. Aanvoer van brandstof moest over land gebeuren en om te blijven eten was men voor een groot gedeelte op zich zelf aangewezen. Niet direct alarmerend omdat men dat toch al was gewend in de polder Campervenne. Wel moesten de waterpompen voor drinkwater voor mens en dier, die vrijwel altijd buiten stonden, dik worden ingepakt met stro. Maar op den duur bevroor ook het water in de niet al te diepe putten. Men nam dan de bijl ter hand en sloeg dagelijks een gat dwars door de drie voeten dikke ijslaag van b.v. een kolk. Met juk en twee emmers droeg men het naar de woning. Een karwei om warm bij te blijven.

Op 4 maart is het de koudste dag van deze winter.  Zo’n 18 graden onder nul. Omdat de scheepvaart nog steeds onmogelijk werd vervoerde men vele vrachten over het ijs. Over de  IJssel en de Zuiderzee werden vele transporten geregeld en vrijwel alle kustplaatsen waren bereikbaar. Op 12 maart sloeg de winter in alle hevigheid toe. Nachtelijke temperaturen van 15 tot 20 gr. vorst waren geen zeldzaamheid. Op zijn tijd moest het landschap voorzien worden van een verse laag sneeuw om een beetje een winterse aanblik te houden. Als de lucht weer was opgeklaard stak de Oostenwind de kop weer op met als gevolg een blitse sneeuwstorm die enorme sneeuwduinen opwierpen. Kleinere bedrijfjes die op kritische plaatsen gelegen waren verdwenen vrijwel geheel onder de sneeuw.  Op 20 maart, bijna lente, is  men nog met een slede met daarop 6 personen, getrokken door een paard van Urk gekomen en weer vertrokken. 

24 maart heeft men Paasfeest gevierd op het ijs. Op diverse kolken en plassen in Campervenne werden met rietschermen tenten geplaatst en daarin hielden de toegestroomde bewoners uit de buurtschappen gezamenlijk de traditioneel in ere te houden Paasgebruiken. Daar werden vele noten gekraakt en de inhoud sfeervol verorberd. Folkloristisch werd er menig eitje gekookt in een pot hangend boven een vuur dat zomaar op het ijs werd aangelegd. Het aangelegde vuur was niet in staat de ijsvloer te smelten hoewel er wel een kuiltje met water ontstond. Daarna volgde de beroemde eiertikwedstrijd. Met veel branie en plezier daagde men elkaar uit wiens kippen het sterkste ei legden Om daarna diegene met het sterkste ei tot winnaar uitte roepen. Sinds mensen heugenis was zoiets nooit eerder voorgekomen. Vervolgens blies de winter de aftocht en brak de lente door.

 

 

Winterwerkjes.

In de winter werd er gesponnen en geweven

 

 

“Sint Jan is een regenman.” (24 juni) Uit Duizend jaar weer, wind en water.

 

 

Namen:

 

 

Lapjespoepen=kiepkerels ( personen die in hun mandje op de rug waar proberen aan de man te brengen.

 

Wilt en bijster lant = verlaten land.

 

Stuwwallen en dekzandgronden.

 

Frouwmoder=vroedvrouw.

 

Swarte blaerde coe= Blaarkop.

 

Rozenwater = medicijn voor pest.

 

Kackedorus = Kwakzalver = quacksalver = Kan aan de kack, poep, zien wat iemand mankeert.

 

Pluimgraaf =vogelverzorger = Swaenengreve = Jachtopziener.

 

Jonge zwanen knoten = leewieken = voorste lid van rechtervleugel verwijderen.

 

Worst = sloot.

Het optrekkingsrecht in den wildernis.

Zoerkool, een kop als een zoerkoolsteen..

Lor-snor.

Jao-Jao, et zal wel zo weezn.

Holt sprokkellen.

Et is goed in de zomertied.

Bottencampien of bottenacker = begraafplaats.

 

Herman de Steenbicker.

Hanengevechten.

Hervormden zijn ketters volgen Karel de V

Verdoolde schepen.

Paapenvreter=bestrijder van katholieken.

Paapse stoutigheden

 

Wiltvank = jager

 

Alle beetjes helpen, behalve muggebeetjes.

 

Campen= Ghamavi.

Chamavi-Vinne= Campen Veen

Vinne=veen 814

 

Sallike, Salleke= like is sloot of beek.

 

Edellieden

Werks en kerks.

Sjappie.

Kreek.

Sappige

Reuzen.

Abt.

 

Trebuchet. In gebruik rond 1300 om met dit slingerwertuig grote stenen enkele honderden meters weg te slingeren.

Veenlude

Roofziek

Moerassig = Broek.

Middeleeuwen waren eikels varkensvoer.

Hazelaar.

Eimbrink (Onderdijks) Heette omstreeks 1400-1500 Engmar, Engmer ( is hoeve), Engmeer

Henk=hank=enk.

Custos= Koster.

Campi Custos= Veldwachter.

Custos Camporum= Veldwachter

Krankentroosters=Ziekenbezoekers

Kamperveen heet vroeger: Camperavene.

Prevelen.

In brak water willen geen eikebomen groeien. Wel elzen, iepen (olmen)

Brogilo = Gebied. ( Romeins)Later grensafscheiding tussen volksstammen. Vervolgens werd het ‘broka’ (Germaans) in de middeleeuwen. Brokich= broek. Dat weer verbasterd werd tot ‘Broek’.

Inheems. Inheemse bevolking.

Begroeing van Moeras en Broeklanden: riet, biezen, elzen, wilgen en essen.

Het aanwezige slappe grasland tussen de bos ,boom en Struiken werd alleen gebruikt om te hooien.

Landslaan. Dit betekend het land verdelen in slagen gescheiden door sloten.

Van horen vertellen.

Bij de waterput of pomp verteld.=Buren praat

Gheryt. Gerrit.

Kater, kotter, of keuter is pachter of klein boertje

Kolck is waterkom in het land.

Bargen= Zandhoogten

Tondeldoos = vuurmaker in plaats van lucifer?

Creperen.

Vuur oprakelen.

Arremetierig gedoe.

Apothekers te Kampen: 1329 Lambert Plessard Crudenman.1347 Meester Johan die apotecaris. Mijdicijnen waren: clareyt, granaet, hypocras. Het waren wijnverkopers aangevuld met cruyden.

Dokter of krudentrekker. Geesten bezweerder

Gekrakeel = heibel.

Dreven = wijdse dreven.

Witmaker = opruimen van kadavers.

Armjager= Verjager van gespuis zoals bedelaars.

Secreet = W.c.

 

Wie een os koopt hoeft geen koe te mesten.

 

Wie met jonge ossen ploegt terkt kromme voren.

 

Fictoory = Vistorie.

 

Gezwinde pas= rappe pas.

 

Manser, dat was een hoeveelheid grond, gelijkstande met 12 jugera of 12 Brunnaria of Bonnarium het latere Bunder.

Dier voege = Zo is het ongeveer.

Bi den hals terugge = zwaan dood terug.( is zwaan dood terug brengen).

Töpfer = Pottenbakker.

 

 

Dompe betekend “neus” Uit het Drents boek “Verandering van lucht” of gedroogdeklomp veen.

 

 

Bruikbare woorden.

Ongenaakbaar.

Doordrenkt.

Toorn ontsteken.

Soldaat maken.

Veeg uit de pan.

Die blixemse lusebosch

Bestedelingen huis.

Geharrewar.

Tonne dick bier.

Verlatenheid.

Zware orcanen, ijselijke hoge vloedgolven

Rond 1800 verscheen de eerste kip.

Slierbane.

 

Manquement = Mankement.

 

Moerrasgassen, nevelsluiers, vuurvliegjes (toegeschreven aan overledenen)

 

Boerschappen (buurschappen)

 

 

 

Vererving. Bij vererving moest men 1 jaar extra tins betalen

 

 

Knapzak: Is een stok over de schouder met rode of blauwe zakdoek met wat brood.

 

 

Gedicht J.Norels Ysselstroom 1693. ‘Maer Coelelucht bevreidt van dampen

 

         Uw voetspoor brengt Mij weer tot Campen’

 

 

Bastaarden. Deze mochten wel het familie wapen van hun vader dragen, maar moesten hun onwettige geboorte kenbaar maken door een diagonale streep over het familie wapen.

 

 

 

 

Straffen.  Rugge visiteren, Vrees aanjagen, Geselen, Brandmerken, Schandstenen, Pijnigen, Onthalszen, Hangen, Worgen, Ratbraken.

Medische hulp.

Kamper almanak 1999. Stibbe 255.

Medicynen, aderlatingen, bloedzuigers, koudwatercompressen en dieete leefregels.

De meeste inwendige ziekten noemde men de “Roos in het hoed” (huid).

Om te zweten gebruikte men salie.

Uitwendige kneuzingen met pik of schink en botmerg, snoekenvet of lelybladen extract behandelen. Haarlemmerolie werd voor alle kwijnende inwendige krankheden gebruikt.

 

 

Apothekers.

 

Te Kampen 1329 Lambert Plessard, Crudenman.

1347. Meester Johan de Apothecarijs.

Medicijnen: Flier, Camille, Salie, Engels zout, (bij onderbuik verstopping) Claregt, moraet, granaat en later hypocras. Eigenlijk waren het wijn verkopers die aan diverse wijnen wat geneeskrachtige kruiden toevoegden.

Voor inwendige kneuzingen moest men de eigen urine drinken.

Veel sterfte kwam voor door long en keel tering, bloedspuwing en suiker tering.

Een drenkeling mag men niet geheel uit het water halen, liefst de benen er in laten hangen.

Huizen en straten die besmet zijn met pest of cholera worden uitgerookt met koolteer of vitriool. Riolen werden met chloorkalk of zwavelzuur ontsmet. Een walgelijke smetlucht bij zieken moet men bestrijden met het branden van wierook of jeneverbessen. Beter nog is het sprenkelen van sterke azijn zodat de damp de hele ruimte doortrekt. Ook heel goed is de damp van salpeter die men op gloeiende kolen sprenkelde. Later werd ook wel aangeraden om wat buskruid op het vuur te strooien….

Om besmette ruimten waarin zieken hebben gelegen te ontsmetten gebruikte men mengsel van zout en bruinsteen. Dit wordt in een Keuls potje gedaan en overgoten met vitriool olie, vervolgens geroerd met een tabakspijpesteel en dan gaat men de vertrekken door er oplettende om niet te veel damp in te ademen omdat dat schadelijk is. Bij vertrekken die zwaar besmet zijn moet men het Keulse kommetje op komfoor met een weinig brandend vuurtje plaatsen te midden van de ruimte en vrijwel direct daarna schielijk henen gaat en de deur sluit. 24 uur hierna kan men met een geruste geest de ruimte weer betreden

 

 

Salii.

 

 Daarvan is Zalland van ontstaan en ook Ysala.

 

 

Wilsem   was een vlek.

 

 

Johan Derk van Hasselt.

 

In 1843 werd J.D.v.Hasselt op 24 jarige leeftijd Burgemeester en secretaris van Kamperveen.

 

 

De Oener Bargen.

 

Het gebied van het huidige Oene werd in de middeleeuwen De Oener bargen genoemd

 

 

Bij barre winters.

Strenge Winters.

Is het erg koud dan werd het schamele meubilair opgestookt en het vee werd gevoed met het bed en/of dakstro geweekt in lauw water.

De zomer erop volgende werden er weer meubels gemaakt van “Boeren geriefhout”.

 

 

Kerkdiensten in Roskam.

1747, 12 december.

 

Den twaalfden december is de kerk ingevallen. 2 Diensten gepredickt in het huis van Egbert Asjes. Bewoner van “De Roskam”.In den binnenkeuken. En twee diensten gepredickt in de kerk waar het dak was afgewaaid; onder den bloten hemel

 

 

Hage preken zijn preken onder den open hemel

 

 

 

 

 

Smeergeld.

 

In 1626 verklapte de scout dat hij benaderd was door de drost van IJsselmuiden. Deze vertelde hem dat de verpondingen voor de erfgenamen van Wilsum veel te hoog waren en die van Campervenne te laag. De wet schrijft evenwel voor dat de lasten gelijkelijk verdeeld moeten worden. Hij is daarom verplicht om de verpondingen voor Campervenne op te waarderen en die voor Wilsum aan te passen. Maar als iedere Camperveense boer hem jaarlijks twee kippen bezorgd en een keuterboer 1 kip dan laat hij alles bij het oude.

 

Maar gezien de verworven privilegiën weigerde men dit pertinent. De drost moet maar zien hoe hij aan zijn kippenboutje komt maar niet van de bewoners van het Veene.

 

 

1438 De nederzettingen werden nogal eens verplaatst door overstromingen.

 

“ Omme noetz wil der see”.

 

 

 

Watermolens.

 

± 1700 zijn er watermolens gebouwd. De waterlozing was voordien zeer gebrekkig. 

 

De waterlozing van deze gem. was zon gebrekkig geworden, dat

 

een groot gedeelte daarvan aanhoudend onder water of dras stond, tot dat voor ruim een tiental jaren  door de zorg van den Heer J.H.Grave  van Rechteren, destijds Gouveneur van Overijssel watermolens gebouwd zijn en dus dit gebrek hersteld is.

 

 

Archieven Uit de Fam. v. Ittersum.  C. 519

 

Stamvader Mr. Jan v. Ittersum, Burgemeeter van Zwolle 1380-1464. Stichter van het hof van Ittersum en van Huis Werkeren. Zoon Wolf is overleden 1483.  Stamvader van de tak van Ittersum tot Gerner, van Ittersum tot Swarsveld.

Robert van de tak van Ittersum tot Nijenhuis, van Ittersum tot Oosterhof en tot Hofstede.

Kamperveen. Aankoop Hendrik Jacobs en Aeltien Teunis, echtelieden, de helft van 7 ½ Ackers, met de helft van een Boerenhoeve en een Katerstede gelegen onder Kamperveen. (1700) Charter 502. De van Ittersums hadden 7 Wapens.  Wolf v. I had de drie Ezelskoppen.( 1476 en 1554 )

Ludolphus van Ytterum, pastoor te Almelo,1499-1512,  Een tentvorm met twee parrallele Diagonalen.

 

 

Door vertellen.

Vroeger was het zo dat oude mensen hun verhalen doorvertelden aan hun kinderen en kleinkinderen in de winteravonden en dat waren de geschiedschrijvers. Niemand schreef iets op. Gebeurtenissen werden door verteld. Nu zegt men: Hij begint weer over vroeger, die zeurpiet.

 

 

Bouwsels.

 

Bouwsels Kotten. De eerste bouwsels bestonden uit enkele boomstammen, wanden van takken veelal besmeerd met leem en rieten of strooien daken.

 

 

Diverse gegevens:

1319. 4 october. Ermgardus Rodolphi geeft aan haar dochters Cristine en Elke 8 ackers land in ‘Veno in parochia Campensi’.

 

 

1330. Is er sprake van een acker land ‘up dien vene’.

 

 

1336. 26 mei geeft Grete, de vrouw van Jacob van Enze, aan haar zoon Ludekin 2 ackers landes bi Zuder den kerken van t’Vene.

 

 

Roscam: voor 1478 was er een veer over de Enck naar de Swartendijk. In dat jaar werd er een Kae (kade) gelegd. Deze sloeg weg door een vloed in 1498. Hierop werd weer het veer in werking gesteld. Men besloot toen een brug te bouwen, maar deze werd onherstelbaar vernield in 1502 door een storm. De pondboot werd weer wat opgekalefaterd en deed weer dienst. In 1559 probeerde men het weer met een provisorische brug, maar na 11 jaar hangen en wurgen werd deze in 1570 weer door de elementen aan spaanders geslagen. Vanaf deze datum tot 1638 bediende men zich weer met een veerboot.

 

 

In het jaar 1550 besloten de erfgenamen van Kamperveen  weer een nieuwe dijk te leggen tussen den Hogenweg en den Swartendijk en wel op een andere plaats langs doorgaande erven. (Zie oude kaart “Olde Kae, ten zuiden van de Enk.)

 

 

Erf grote.

 

De benodigde hoeveelheid grond voor het redelijk bestaan in dagelijks levensonderhoud van een groot gezin bedroeg ongeveer bedroeg ongeveer 16 morgen. Gezinnen vormden eerst eigen poldertjes door het leggen van kaden om hun erfjes. Later zag men in dat het gezamenlijk omkaden van meerdere erfjes goedkoper was en begon men met het inpolderen van woonconcentraties.

 

 

Wonder van Kampen.

 

Wonder in Kampen: Een 13 jarige knaap kon zomaar naalden en spelden pissen.

Zo werd op het t´Vene dit wonder rondverteld.

 

 

Catechisatie’s en Lange Preken.

 

Bij een te lange preek kreeg een predikant een boete opgelegd.

In 1739 moest er een meester van de zweep worden aangesteld ter begeleiding van de catechisatie’s.

 

 

. Spreuk in dialect.

 

Wat kiek ie mien an.

Wat lach ie mien toe

Begriep ie dan niet

Det ik aole van oe?

 

 

Vis in Zuiderzee.

 

Over de De Zuiderzee wordt wel gesteld dat er zoveel vis in zwom dat schepen er op vast liepen.

 

 

INVENTARIS uit Don.                                                                                                        263

 

 

1562, 14 oktober

 

 

Claes Witthen, scoldtz toe Campen en up Camperveen, oorkondt, dat voor hem en Lodowich Voerne en Arendt Brandt, geërfden op Camperveen, keurnoten, Maria Jan Sculten weduwe van Camper~ veen en Styna haar dochter, met Berent Wesselynck en Dirck Louwe, hun mombers, verkocht hebben aan de stad Campen, de gerechtigheid die zij mochten hebben op de grond, waarop de stad Campen haar brug en hoofd over de Enck te Camperveen aan de Hogeweg hebben gelegd.

 

 

Met zegel van de schout en Berent Wesselinck.

 

 

ARCHIEF GEMEENTE KAMPEN

                          

1533, 13 mei

 

 

Claes Wytte, schulte binnen Campen en op Campervene, oorkondt, dat voor hem en Claes Kruse en Henrick van Wilsem, gerichtsluden, Jacob van Graes met Guede zijn vrouw, Arent Woltersz. met Mette zijn vrouw en Beert Egbertsz. met Lubbe Wolters zijn vrouw verkocht hebben aan Gheert Loese en Johan van der Vecht, cameraa,rs van Campen, een erve en goed, zijnde 12 akkers breed, gelegen te Camperveen op het veerstal van de Enck, belend ten Z. Evert Pennynck, ten N. de Noertwendinge, strekkende van de nye wetering ten W. tot in de Enck ten 0., uit welk erve gaan 2 mudden rogge voor de H. Geest te Campen en 2 heren pond voor de kerk te Camperveen.

 

 

Met zegel. Inv. nr. 373; reg. ch. x b. nr. 1852.

 

 

1533, 9 december

Claes W~tter scoldta toe Campen en up Campervene, oorkondt, dat voor hem en Jacob van Appelen en Henrick Egbertsz., keurnoten, Egbert Herbertsz. en Gerryt Dyerman, kerkmeesters te Camperveen, bekend hebben dat Johan van der Vecht en Gheert Loese, cameraars van Campen, een rente van 2 heren pond, gaande uit een erve op het veer in de Enck, belend ten Z. Evert Pennycks erfgenamen, ten N. de Noertwendynge, strekkende van de nye wetering ten W. tot in de Enck ten 0., hebben afgelost.

 

 

Op papier met opgedrukt zegel. Inv. nr. 373; reg. ch. en b. nr. 1858.

 

 

1471 3april.

Egbert Johanssoen schulte te Camperveen, oorkondt, dat voor hem en Tymen Gysbertssoen en Henric Klepel, Gerichtsluden, Harbert Rennensoen en Nelle Zijn wijf verkocht hebben aan burgemeesters, schepenen en raden van Campen, een stuk land in de Venemaede in het kerspel Camperveen, belend ten Z. de verkoper, ten Noorden den Eng en het land van de gemene erfgenamen van Camperveen daar nu ten tijd de “kae” op ligt, strekkende van de verkoper tot aan den Hogenweg, op voorwaarden dat de verkoper de dijken, wegen en weteringen zal wachten en waren. Behalve de Nye wetering, die ten laste van de stad Campen komt. Voorts dat de verkoper het land pacht- en rentevrij zal maken. Indien de stad een mennepat wil maken van den Hogenweg tot het voornoemde land, mag zij dit doen op haar kosten.

         Ìnv. Nr. 373; reg. Ch. En b. nr.? (is niet leesbaar op copie)

 

 

. Stormvloed 1775.

 

Storm 1775 14 Novenber, een vreselijke stormwind uit het Noorden en Noordwesten heeft het water doen zwellen zoals het sinds mensen heugenis niet is voorgekomen. Het zeewater is overal over de dijken heen gevloeid en heeft verscheidene gaten daarin gescheurd. Zo’n 8 mensen zijn in de wateren gesmoord. Veel koeien, peerden en verkens zijn verdronken. Ook zijn er nogal wat huizen weggespoeld. Tegen de Veendijk dreven beesten aan die de stalpalen nog aan hun hals hadden. Huismansgereedschap, kisten en kasten zag men aan de dijken liggen. Het opkomend water heeft veel mensen schierlijk des ‘s nachts op bed overrompeld.

 

 

Kraamvrouwen.

 

Op een geboorte volgt gewoonlijk een doopmaaltijd welke gehouden werd op kosten van de gemeente. Het aantal gastvrouwen wat aan het doopmaal mocht deelnemen, was twaalf en niet meer. Waren het er toch meer dan moest ze daarvoor een bepaald bedrag uit eigen buidel betalen. Komt waarschijnlijk 2x6 buren vandaan.

 

 

Armenzorg bij ziekte.

 

Bij ernstige ziekte in de 17 en 18 eeuw kon men een beroep doen op de diaconie, die betaalde dan de zorg., maar was men overgekomen uit een andere gemeente dan moest de voorgaande gemeente waaruit zo iemand kwam nog twee jaar lang deze onkosten betalen.

 

 

De paapse stoutigheden en vleselijke conservatie.

 

 

 

In het begin van zeventienhonderd kort na den godsdiensttwist zagen de protestanten het katholieke geloof als een bijzonder gevaar. Kampen moest toezien op de kleinere buiten gemeenten op deze zeer onwenselijke ontwikkelingen. Dat gaf weer eens veel stof tot praten in de vergaderingen. Het was een maandelijks terugkerend agendapunt. Als een plaatselijke predikant verzuimde te vermelden dat hij een Protestant met een katholiek in het huwelijk had verbonden dan had de landdrost het recht een derde van zijn jaartractement in te houden. Hier golden strenge regels. Iemand met Gereformeerde Religie die wilde trouwen met een Roomsgezinde, deze zal vooraf met ede moeten beloven dat eventuele kinderen uit het huwelijk zullen moeten worden opgebracht in de Gereformeerden Religie. De protestantse kerken namen de strijd tegen het katholicisme zeer ernstig. De Staten in deze Provincie maakten zich veel zorg en brachten de stoutigheden en aanwas van het pausdom steeds weer onder den aandacht. Vooral de weinige voortgang van de Gereformeerde Religie vooral ten plattelande baatte hun zorgen. Oorzaak van de stagnatie van de verbreiding van het gereformeerde geloof moet gezocht worden in de grote ijver van de pausgezinde priesters die probeerden de gereformeerde ingezetenen van het ware geloof af te trekken. De predikanten werden in bedekte vorm, beschuldigd over de geringe inspanning die zij leverden om de bevolking te instrueren in de fondamenten van de Christelijk Gereformeerde Religie.

 

 

De Toekomst kijker (Helderziende)

 

 

         Een boerenknecht had de gave dat hij in de toekomst kon kijken althans dat strooide hij overal rond. Op een keer zag hij in het holst van de nacht op de deel van de boer waar hij diende, een dode liggen onder een doodskleed op het stroo. Het was een enigszins luguber gezicht en het zweet droop van zijn lichaam. Hoe hij ook keek hij kon niet zien wie het was. Daarop pakte hij zijn zakmes en sneed een lok haar van het hoofd van het lijk. De volgende ochtend keek hij iedereen die bij hem in de buurt was aan om te zien of er ook iemand was die een lok haar miste. Tot zijn grote afgrijnzen bleek hij zelf een lok te missen. Hevig geschrokken verliet hij de boerderij om ergens anders werk te gaan zoeken. Jaren later ontmoette hij zijn oude baas, ging met hem naar huis en bezweek daar van angst tijdens de aangeboden maaltijd. Het was hem onmogelijk om ook maar een hap door zijn strot te krijgen. De boer vroeg hem of het eten niet goed was  bereidt . Voordat er geantwoord was zakte hij in elkaar en overleed aan tafel. Vervolgens hebben ze de dode op de deel gelegd op wat stro en afgedekt met een kleed.

 

 

De veepest.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                

         De boeren waren in 18e eeuw en ook later als de dood voor de veepest. Er werden allerlei maatregelen genomen. Een van die maatregels was dat kadavers ter plaatse moesten worden begraven.

 Dat was niet naar de zin van de witmakers. Dat waren personen die van normaal gestorven dieren de huid velden en deze meenamen om te verkopen. Ook namen ze wel eens een stukje vlees mee voor thuis, zogenaamd voor de honden….       Maar het gemeente bestuur trof een regeling waarbij besloten werd dat in tijden van besmettelijke ziekten de huiden en vellen der gestorven beesten wel mogen worden afgetrokken mits de dode beesten in het gat worden gesmeten en met kalk overdekt worden.

 

 

Huizenbouw.

         Tot 1650 waren huizen opgebouwd met een casco van stokwerkbouw en lemen wanden.

 

 

De kozakken komen 1813.

 

 

         Na enige schermutselingen werd Kampen bevrijd  van de Franse troepen. Een deel wist te vluchten en probeerde te ontkomen via Kamperveen naar Elburg. Maar ze werden door de rappe kozakken op hun snelle paardjes ingehaald en overmeesterd. Ze werden ontwapend en ontdaan van hun legerkleding en in ondergoed afgevoerd. Hun paarden werden aan de boeren te koop aangeboden. Vrijwel voor niks werden deze eigenaar van zo’n paardje. Later bleken deze totaal ongeschikt om voor een kar te spannen. Ze waren alleen maar bruikbaar onder het zadel en dan nog voor specialisten in de rijkunst.

         In het najaar van 1813 komen de kozakken Kamperveen bezoeken. Ze snuffelden wat rond om te zien er nog voedsel was te halen. Boerenmetworst aan de wimme was bij hen zeer gelieft evenals sterke drank verhit met Spaanse peper. Ook kippen werden aan hun spiesen geprikt even als grote stukken vlees, wat ze onder hun zadel legden om het malser te rijden.  De ruiters zagen er heel vreemd uit. Ze maakten een vreemden aanblik       op hun kleine paardjes. Verwilderd zagen ze uit hun ogen met beklodderde baarden en zwaar bevuilde uniformen. Ze schudden weldra hun hemden uit boven het vuur ter vernietiging van het ongedierte. Eerst werden ze door de bewoners gezien als bevrijders van het Franse juk, maar weldra werd het de meesten duidelijk dat dit ook ruige bendes waren. Tijden een veldtocht in de winter van 1814 raken 27 wagens vast in modder en blubber aan de Venendijk tussen de Zande en Kampen.

 

 

. Bierens, biermalen en/of Heerendiensten. Bij adel en geestelijken.

 

         Ten plattelande was het een hardnekkig bestaan Heerendiensten te verrichten om te worden uitgenodigd voor een bierfeest ten huize van de landheer of ander adelijk magistraat. Deze beruchte hand en spandiensten waren altijd sterk in het voordeel van de heren magistraten en dikwijls trokken de keuter boeren aan het kortste eind. Deze vast geroeste gewoonte ten plattelande kan plaatselijk sterk van verplichtingen verschillen. Dikwijls waren ze verplicht, maar ook wel onverplicht. Maar owee, die niet danste naar de pijpen des geestelijken. Het ging van kwaad tot erger. Tegen prestatie’s werden er verlangt Voor een bierfeest in de mooiste kamer des landheer met gratis bier verwachte men wat terug, deze prestatie’s bestonden uit het brengen van mest, (mestbiermaal) het maken van wegen, behulpzaam zijn bij het bouwen van woningen en het onderhoud van dijken en sloten.

Landheren nodigden en onthaalden hun onderhorige meyers en boeren, jong en oud en van elke kunne, eenmaal per jaar uit voor een gratis biermaal met rijkelijk krentenbrood. Gaf men aan zo’n uitnodiging geen gehoor dan was de landheer zeer beledigd en kon men dat de komende tijd aan den lijve ondervinden. Men durfde dat dan ook niet na te laten, al had men de mest op het eigenland bitter nodig. De landheer zijn tuin teelde welig terwijl de brenger van de mest voor een paar pinten bier zijn akker er kwijnend bij zag liggen.

 

 

Aanvullende gegevens over Kamperveen

 

        

 

         Als men van de richting Elburg komend naar Kampen wilde, Moest men de Enk overvaren. Waarschijnlijk is er de eerste tijd van de “Roskam” naar de Zwartendijk een parti­culier pontveer geweest. Het was echter afgezien van dit pontveer, een hele toer om van Kampen naar Elburg te gaan en omgekeerd. De ontwikkeling van de steden Kampen en Elburg maakte een verbindingsweg tussen beide nodig. In het begin van de 15e eeuw is deze weg dan ook aangelegd. Het is de tegenwoor­dige Naaldeweg, tot voor kort nog bij de gemeente Kampen in onderhoud. Tgelijkertijd heeft Kampen de exploitatie van het pontveer bij de Roskam op zich genomen. Dit veer is later vervangen door een brug, waarop bruggeld geheven werd. Elbrug protesteerde hiertegen, maar men ontving van Kampen het ant­woord, dat als men geen bruggeld betalen wilde, men dan maar met een schuit moest overvaren, wat niemand be­letten zou! Het lijkt mij toe, dat de meeste reizigers toch maar bruggeld hebben betaald!

 

Door deze maatregelen was wel de verbinding van Elburg, dus ook van de bewoners van de Leidijk en omgeving met Kampen verbeterd, maar de bedij­king was lang niet voldoende. Zolang de Enk niet afgedamd was, bleven niet al­leen het buitenland van Kamperveen, Zalk en Hattemerbroek aan overstro­mingen blootstaan, maar ook het binnen­land, Oosterwolde en Oldebroek kregen keer op keer met het water te kampen, omdat de Hogeweg en de Noordwendige dijk eigenlijk niet meer dan kaden wa­ren. De bedijking was dus lang niet vol­doende om het zeewater te keren en Kamperveen wordt dan ook in een brief van de Kamper Magistraat d.d. 1418 ge­noemd; ,,een arm verdroncken landt, twelk des jaars ten minste twee ofte drie maell mit water beloopt”. Over de maatregelen die men trachte te nemen tegen de wateroverlast en over andere moeilijkheden, waarmee de Kamperve­ners te kampen kregen, schrijven we een volgend keer. 

 

Dat de Leidijk, de Hoge-weg, de Noordwendigedijk en de Naalde­weg al zeer oud zijn, en dat de laatste drie vroeger dienst deden als waterke­ring. Maar zolang de Enk niet was afgedamd, bleef het ,,martelen”. Keer op keer liep het land onder water en het werd eerder erger dan beter omdat de Zuiderzee grotere vormen aannam en de zeevloeden hoger werden. Tenslotte nam men de koe bij de horens -  men, dat is het stadsbestuur van Kampen en de erfgenamen van Kamperveen, en de kae is de Enk -. In 1478 werd n.l. be­sloten de Enk af te dammen. Dat dit werk inderdaad gebeurd is, blijkt uit enkele aantekeningen, maar de vreugde was slechts van korten duur, want u begrijpt wel, dat een dijk, die gelegd  wordt door een breed en diep water, als de Enk is geweest, zonder voorland of binnenberm, moeilijk is te houden en zeer veel aan onderhoudskosten vergt.Bij een storm in 1550 was de dijk niet  meer te houden en het  werk was dus te vergeefs geweest. Ook de Noordwendigedijk en de Hoge weg braken door en er ontstonden overal diepe kolken, die u er momenteel nog aantreft. Uit een aan­tekening van het jaar 1570 blijkt, dat er weer een brug is over de Enk van de Roskam naar de Zwartendijk.

 

 

 

Uit het boek Engelen van der Veen.

 

Tussen 1319 en 1336 werd Capervenne een eigen parochie, deze stond aan de leidijk.  In die periode werd ook het schoutambt ingesteld.

 

 

Waterschappen zijn rechtstreekse voorzettingen van Marken. Beide waren voor  1795 marken waarvan de grond  onverdeeld was. De markegenoten, de eigenaren van de hoeven, behartigden de waterstaatkundige belangen en voerden tevens het burgerlijk bestuur over de bewoners uit.

 

Vanaf 1795 verloren zij het burgerlijk bestuur en werden de gemeenten ingesteld.

 

 

Spinhok.

 

 

         Aan De Zande, naast cafe "de Koekucht", (thans Huifkar) richting Zalkerdijk stonden enkele woonhuisjes. Simpel van bouw en bekrompen van leefruimte, doch passend in de beginjaren van de 20ste eeuw. Tussen deze beide woningen stond een klein gebouwtje. Enkele vierkante meters groot. Het z.g. "Spinhok". Opgedeelt in twee delen met een scheidingswand van steen en voorzien van tralies. Een goed afgrendelbare deur met doorgeefluik. Een arrestanten cel. In de "cel" een kale harde bridz, waarop men kon liggen en een piepklein, goed beveiligde ventilatie opening. Ook bevond zich er een voorziening om er zijn behoefte te doen. Het voorste gedeelte was de bedienings- en controle ruimte. Deze was voorzien van de buitendeur met slot. De sleutel was in bewaring bij plaatselijke, goed besnorde veldwachter.( Rook? of Mondriaan) Deze cel moet èèn keer aan een arrestant een nacht onderdak hebben verleend. Tot grote opluchting van de baldadige jeugd werd deze ruimte verbouwd tot berging voor de plaatselijke brandweer in mini formaat. De gezagdrager kon toen niet meer dreigen met opsluiting. Een enorme opluchting voor de jeugd.

 

 

. De Bedijking.

 

 Met de bedijking van Campervenne  is men begonnen omstreeks 1300. In die periode moet de Venendijk zijn aangelegd. En vervolgens de Noordwendige , de Leidijk en de Hogeweg.

 

 

Verval Katholieke kerk. In de 14e eeuw.

 

De katholieke kerk verkeerde in een Crisis. De paus en de hogere geestelijkheid leefden in onvoorstelbare weelde en de parochiegeestelijkheid was doorgaans slecht onderricht. Het ge­wone volk leefde zich uit in proces­sies, bedevaarten en godsdienstige uiterlijkheden, die het bijgeloof soms bedenkelijk dicht benader­den.

 

 

 

Luitenant Kolonel De Chalmot.

 

 

De burgemeester van Kamperveen, tevens luitenant kolonel, trekt met een groep Kamperveense boeren  aangevuld met bewoners uit Zalk, Wilsum en grafhorst en Ijsselmuiden, op naar Hasselt Ook Kampenaren marcheerden mee. Deze zogenaamde Landstorm trok naar het Hasselterveer. De bewapening bestond uit wat geweren en pieken. En een aantal was zelf voorzien van een plaatselijk uniform. Het geheel marcheerde op onder wat primitief tromgeroffel. Ze moesten een erewacht vormen net over de brug omdat daarlangs de nieuwe koning van Nederland, Willem 1, zou voorbij komen. Het was een zware tocht langs de Zeedijk en door de Mastenbroeker polde. Het weer zat hun tegen. Herfst stormen en stromende regen hadden de soldaten doorweekt tot op het bot.

 

 

Bemeijeraars.

 

 

Ik Kamperveen en ook in Kampen brachten ze mest in zompschuiten naar Drente. Daar betaalde men er een redelijke prijs voor. In plaats dat de pachters de lest op hun eigen landerijen uitbrachten. Dit vond zijn oorzaak in het feit dat men de pacht telkens voor korte tijd kon verlengen en daarom geen aandacht bestede aan verbetering van eigen grond.

 

 

 

Rechten van Oldenburg voor eerste bewoners.

 

 Wilbrand van Oldeburg, de zes en dertigste Bisschop van Utrecht, stelde hen vrij van krijgsdiensten buiten hunne palen, en van buitengewone beden en schattingen, waarmede de overige ingezetenen van het Sticht dikwijls belast werden. Zij moesten echter de veenlanden en woeste velden bebouwen, en daarvan jaarlijks de tienden opbrengen voor den Bisschop, en de kleine en smalle tienden voor het heilige synode van Wilsum, zijnde van ieder huis 4 penningen, alsmede voor St. Marten, d.i. de kerk van Utrecht, van ieder erf vijf stuivers en van een half erf 30 penningen of 2,5 stuiver, alles Deventer munt'.