Kamperveen

 

Molens Kamperveen.


Kamperveen. Tussen 1830 en 1940 hebben er drie grote molens gestaan. Daarnaast ook enkele kleine lokale molentjes. Deze waren dikwijls door een of enkele bewoners gebouwd om hun laaggelegen landerijen binnen de grote polder droog te houden.

Van de grotere molens waren twee watermolens van het waterschap Kamperveen. Daarnaast was er een korenmolen. De watermolens stonden ongeveer op het laagste punt van de polder en aan een afvoer die in verbinding stond met De Zuiderzee/IJsselmeer. De molen voor het bemalen van het binnenland stond ongeveer aan de Naaldeweg en die voor het bemalen van het buitenland aan de Reeve.

De buitenland molen, ook wel de Polmolen genoemd, stond aan de Noordwendige dijk, en is gebouwd in 1831. Deskundige molenbouwers uit Zuid-Holland werden voor de bouw aangetrokken omdat ze veel ervaring hadden in het bouwen van watermolens. Men koos voor een achtkantige bovenkruier van het type grondzeiler. De onderbouw was van steen en de bovenbouw van een houtconstructie welke met riet was gedekt. Deze molens hebben meer dan 100 jaar hun werk gedaan. De Polmolen is afgebroken in ongeveer 1939.


Kranten bericht van destijds:

“Weer een oude schilderachtige molen die verdwijnen gaat. De bekende Polmolen wordt gesloopt.”

Aldus een bericht in de lokale krant van 1939.


De andere molen van het waterschap werd ongeveer in die zelfde periode gebouwd. Ook in 1831. Deze was ook ongeveer van hetzelfde type als de Polmolen en stond aan de Naaldeweg. De aanvoer van het water verliep via de Binnenwetering. Het gehele binnenland loosde op deze wetering. In het begin werden de beide molens bediend door één molenaar. Maar deze had meestal wel een hulpje. Moest er in de nacht worden gemalen dan was deze bij de andere molen paraat. Na het buiten bedrijf stellen van beide molens in verband met het vervangen door een elektrische pompgemaal is een van de beide molens door de bliksem getroffen en totaal verbrand. Dat was in het voorjaar. Het waterschap bestuur had juist per 1 januari de verzekering opgezegd omdat de molen toch werd afgebroken dat was dus een behoorlijke misrekening.....


Aan de Wittensteinse allee net buiten de grens met Oosterwolde op de hoek van de Gelderse gracht stond een korenmolen. Deze is gebouwd in ongeveer de zelfde periode nl.1832. De eerste mulder was Berend Driesen. Diverse soorten graan werden er vermalen voor brood en ook voor veevoer. Deze molen is rond 1909 geheel vernieuwd en vervolgde haar bestaan onder de naam “De Morgen Zon”.. Eigenaar en mulder was toen J.Labots.


Kranten bericht:

Gisteravond omstreeks 8.00 uur heeft op de grens van Oosterwolde een felle brand gewoed in de korenmolen “De Morgen Zon”. Molenaar was de heer J.Labots.. Kort voor het uitbreken van de brand was er nog een knechtje binnen geweest maar deze had niets bijzonder opgemerkt. De met riet bedekte molen was binnen de kortste tijd een prooi der vlammen. Ook een belendende veeschuur en een hooiberg gingen verloren. Een onverzekerde vrachtauto kon nog wel tijdig uit de schuur worden gereden. In het donker gaf deze kraaiende rode haan een feeëriek gezicht aan de als een fakkel brandende molen. Van einde en ver kwamen nieuwsgierigen opdagen. Met man en macht werd er koortsachtig gewerkt om het naast gelegen woonhuis te redden. En wonderlijk is dat ook gelukt. De brand verzekering was veel te laag afgesloten en nieuwbouw of herstel was dan ook erg moeilijk. En zo verdween ook de Morgenzon uit het Kamperveense landschap.

27 april 1927.

In het behouden woonhuis was er na het blussingswerk koffie voor alle hulpverleners die waren komen opdagen. Eén van hen merkte op “Om te komen koffie drinken hoef je niet eerst de

molen in de fik te steken.......


De kwaliteit van het te malen product hangt voor een groot deel af van de kwaliteit en de soort van de maalsteen (molensteen).Voor 1900 gebruikte men hoofdzakelijk natuursteen. Versteende basaltlava uit het Duitse Eifelgebergte leende zich daarvoor uitstekend. De steen werd uit een massief stuk gehakt. Later werden deze maalstenen kunstmatig gefabriceerd door brokjes hard materiaal in lagen in beton te storten. Een gemiddelde steen heeft een doorsnee van zo rond de 150-160 cm. De maler (bovenste steen) is in het begin ongeveer 40 cm dik De ligger(onderste steen) is dunner. Wanneer de maler door slijtage vanwege het gebruik te dun wordt, wordt deze gebruikt als liggersteen. Zulke stenen zijn zeer zwaar (ongeveer 2000 kg.) Geregeld moeten ze handmatig aangescherpt worden en dat was specialisten werk. Een steen vakkundig bewerken was dan ook lang niet voor iedere molenaar weggelegd. Wanneer dit onvakkundig was gebeurd dan was de kwaliteit van het gemalen product aanmerkelijk minder.



Een bekende molenaars spreuk:


“Het molenaersch leven

Heeft Got onsch gegeven.

Maer 't maelen bij nagt

Heeft de duivel bedagt.”.