Kamperveen

 Kamperstraatweg.

 

 

Een aantal eeuwen terug liep de verbinding tussen Kampen enerzijds en Wezep, Oldebroek en Elburg anderzijds, via de zogenaamde Venendijk. Het eerste traject liep vanaf “De Hogebomendijk” ( bij de molen Olde Zwarver) tot De Zande (Koelucht). De Venendijk bepaalde de grens tussen de gemeente Kamperveen en de gemeente Wilsum. Bij het "Onderdijkse" verliep de grens naar de andere kant van de dijk zodat dit gebied kwam te liggen binnen het grondgebied van Kamperveen. Bij De Koelucht verliet men de dijk om vervolgens de weg met de naam “De Spijkerboer” te nemen. Deze sloot aan op de splitsing Oldebroek en Elburg. Later was er ook een verbinding via de IJsseldijk van Kampen tot De Zande. De naam voor het gedeelte van Kampen tot De Koelucht heette destijds “IJsseldijk”. Deze weg liep grotendeels door De Onderdijkse polder die ressorteerde onder de Gem. Wilsum. Deze verbindingen waren verre van ideaal. Het waren onverharde wegen die op natuurlijk wijze min of meer waren ontstaan. Vrijwel altijd liepen ze over aangelegde z.g.Kay’s. (kade’s) of natuurlijke, hogere gronden. Specifieke kenmerken waren de vele bochten. Door de vele overstromingen sloegen er nogal  eens stukjes van zulke karresporen weg. Bij heftige doorbraken veroorzaakten de krachtige en kolkende watermassa’s enorme spoelgaten. In het plaatselijke taalgebruik werden deze draaikolken genoemd en afgekort noemde men ze gewoon Kolken.(ook wel wielen)  Men was al gauw geneigd om de weg dan te verleggen. Niet meer over het weggespoede gedeelte maar over het er achtergelegen zandplaat die daar was neer gespoeld. En zo ontstonden de karakteristieke bochtige landwegjes. Rond 1810 was het de regering van koning Lodewijk Napoleon die plannen ontwikkelde die tot verbetering moesten lijden. De troepen van Napoleon maakten nogal eens gebruik van deze route. Verplaatsing hierlangs gaf de nodige problemen, vooral in natte perioden. De bewoners van dit gebied waren evenwel ook niet zo gesteld op zijn legers. .Maar in 1830 waren alle moeilijkheden opgelost en begon men met de aanleg en verbetering. De weg liep van De Tippe (Genoemd naar een puntig stuk land) tot aan het Jan Boerswegje over het grondgebied van Kamperveen. Eigendom was de provincie Overijssel en het onderhoud berustte daar ook. Omdat al met al deze weg nogal wat geld gekost heeft werd er bij Kampen (Cramer) en bij de afslag Jan Boerswegje een tolhuis gebouwd. Andere berichten vermelden dat er ook bij De Koelucht tol werd geheven, maar waar dat gebeurde is niet helemaal duidelijk. Wilde men van deze weg gebruik maken dan moest men daar de verschuldigde tol betalen. Dit is de voorgeschiedenis van “Het Gebed Zonder Eind” of “'t Lange Einde”, zoals in de volksmond dat gedeelte van de Kamperstraatweg wordt genoemd. Rond 1940, nadat de spoorlijn was opgeheven, werd deze weg om De Zande heen gelegd. Toen is de gehele weg gereconstrueerd en werd er gelijktijdig een fietspad langs gelegd.