Kamperveen

 Hogeweg.

 

 

Deze was in die tijd eigenlijk aangelegd als een simpele waterkering. In 1602 besloten de erfgenamen van Kamperveen den Hoogenweg te verhogen en te verbreden om het Binnenland te beschermen tegen wateroverlast. Maar de er opvolgende jaren tastten het dijklichaam dermate aan dat er in 1611 opnieuw een besluit werd genomen ter versterking. Dit bracht evenwel zoveel kosten met zich mee dat weer werd besloten om de Enkdijk opnieuw onderhanden te nemen. Over het laagveen werd een zandlaag aangebracht.Als weg moest men er zich niet te veel van voorstellen. Slechts enkele, er aangelegen bedrijven, maakten er gebruik van. Ook verschafte het toegang tot de aangelegen percelen land van de gebruikers. Men moet dit voorstellen als een landpad voor simpele karren en wagens, vee dat naar de weide werd gedreven en weer terug werd gehaald, personen te paard en wandelend. In natte perioden was het èèn modderpoel en vrijwel onbegaanbaar.  De agrarische activiteiten namen in het eerste gedeelte van 1800 echter nogal toe zodat de toestand vrijwel onhoudbaar werd. De gemeente van Kamperveen besloot in 1867 tot verharding van de Roskam tot de Herv. Kerk. Dit was een opmerkelijke verbetering. Ook sloot de gemeente een overeenkomst met gravin Van Rechteren tot Appeltern, dat deze de Wittensteinse Allee zou verharden en tevens open zou stellen voor het publiek. Daartegenover stond een vergoeding van Fl. 80,-- per jaar en gemeentelijke onderhoud. Om de onkosten te dekken bouwde de gemeente in 1869 een tolhuis bij de Schans op de T-kruising Hogeweg -Wittensteinse Allee. Tot tolgaarder werd aangesteld de wegwerker J.v.Brummen. Hij moet ook de Hogeweg en de Wittensteinse Allee onderhouden. Dit alles voor vrij wonen en een weekvergoeding van Fl. 2,50. In 1873 wordt ook de oostelijke kant van de Wittensteinse allee verhard vanaf "De Schans" tot aan de Spijkerboer en tot aan de Roobroeksdijk. Ook het verlengde tot de Kamperstraatweg ter hoogte van het Jan Boerswegje nam men onderhanden. Hierdoor verviel het verkeer over de Zuidwendige dijk. Deze werd dan ook voor het doorgaande verkeer afgesloten. Al met al een forse ingreep in de financiële middelen voor de gemeente Kamperveen. Men besloot dan ook de tol tarieven per 1874 aan te passen.

 

 

Tol tarieven.

 

Een kar met twee paarden         Fl. 0,10

 

Een kar met èèn paard of os     Fl. 0,08

 

Voor een sjees                         Fl. 0,05

 

Voor een los paard                   Fl. 0,03

 

Voor een koe                           Fl. 0,01

 

Voor een ezel, schaap of geit    Fl. 0,001/2

 

Voetgangers behoefden geen tol te betalen

 

.

 

In 1893 wordt E. Kluinaar tollenaar en betrekt hij ook het tolhuis bij “De Schans”. Maar door het verplaatsen van het verkeer namen de  tol inkomsten sterk af. Het duurde dan ook niet lang of “De Schans heeft als tolhuis zijn taak volbracht.

 

 

 Voetpaden.

 

 

 

In Kamperveen waren maar enkele officiële voetpaden. Toch zocht men vroeger ook al de kortste weg naar zijn doel. Er waren evenwel ook meerdere onofficiële paden. Het officiële voetpad van de Venendijk naar de Hogeweg was een van de belangrijkste. Daar werd veelvuldig gebruik van gemaakt. De oorzaak daarvan was ook de verbinding met kerk en school. Ook in die tijd ontstonden er wel eens problemen met grondeigenaars en gebruikers. In 1856 kon de gemeente geen overeenstemming bereiken met enkele grondbezitters en moest het voetpad verlegd worden. Dit zg."schoolpad" liep daarna over enkele erven van bedrijven en verder langs de Vaartsloot, over de Buitenwetering naar de Hogeweg. In 1910 werd enkele honderden meters noordwaarts een nieuwe weg aangelegd. Officieel de Jules van Hasseltweg. Voordat het zover was waren er dikwijls grote problemen om van en naar de Hogeweg te komen. Men moest een buurman of een bevriende kennis vragen om toestemming om met paard en wagen over hun land te mogen rijden. Ze moesten dan wel een slag land in hun bezit hebben dat zowel grensde aan de Venendijk als aan de Hogeweg. Daarbij moet de Buitenwetering worden overgestoken. Dat waren meestal houten bruggenliggers met daarop houten planken die er los oplagen. In de herfst en winter werden deze meestal verwijderd in verband met overstromingen, want dan dreven ze weg en was men ze kwijt. Natuurlijk werd er lang niet altijd toestemming gevraagd en nam men de vrijheid om zomaar te gaan. Dat gaf natuurlijk de nodige conflicten. Ook kwam men wel voor de Buitenweteing of aan de wetering langs de Hogeweg en dan was het brugdek verwijderd en kon men onverrichtterzake terug. Vlonders voor voetgangers waren vrijwel overal en dat gaf dan ook veel minder problemen. Naarmate het landbouw verkeer toenam kreeg men meer behoefte om een goede bereikbaarheid tussen de buurtschappen. In het begin van 1900 startte men een actie voor een weg. Een 35 inwoners van De Zande dienden bij de gemeente een verzoek in tot realisering van deze weg. Ook karren en wagens konden nu gebruik maken van deze openbare weg en behoefden geen toestemming meer te vragen aan landeigenaren of ze gebruik mochten maken van hun perceel om naar de Hogeweg te gaan en weer terug.

 

 

 

Handtekening actie voor de aanleg van een weg tussen De Zande (Koelucht) en de Hogeweg.

Kamperveen , sept 1909.

 

 

W.H.v.Rechteren,. Ruitenberg. K.Spronk. A.Rook.(Veldwachter) W.Koers. H.v,d,Wolde.

(Wegwerker) J.Koers. H.v.d.Berg. J.M.Boerrigter. M.Topfer. G.Smale. A.v.Bruggen.

J.Zwerus. P.Zwerus. H.v.d.Waa. Wed.Ruitenberg. J.v.Ittersum. W.v.Ittersum. K.Land.

Ds. K.J.v.d.Berg.(Namens Kerk). E.v.d.Scheer. J.Palland. L.Boerman. T.Palland.

H.j.v.d.Voort. D.v.’t Veen. J.v.’t Veen  G.Zevenbergen(Schoolmeester). B.Koerberg. E.Jzn. D.v.Dijk. G.v.d.Streek. Gz.A.Kooiman. G.Vos.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zuideinde waren ook voetpaden nog nakijken.