Kamperveen De Gelderse Gracht.

 De Gelderse gracht als symbool.

 

 

De huidige Gelderse gracht is nog altijd het indrukwekkende symbool van de hoog opgelopen twist van de machtsluyden uit die periode. De percelen land liggende tussen de betwiste gracht en de parallel lopende Leidijk, genoemd de zogenaamde wangen of wendingen, zijn dus stroken die voorheen aan Gelderland hebben toebehoord. Als ironische dank schonk men de gracht zelve aan de Gelderse edelen vergezeld van het onderhoudplicht. Maar het edele volk was deze vernedering hak bij lange na niet vergeten. Het klikte niet tussen deze bewoners ter weerszijden met als gevolg een diepliggende en vastgeroeste vete. Eeuwen lang zochten latere geslachten uit het Gelre’s gebied nog steeds zoete wraak op die brute Campervenners.

 

De toenmalige gracht was echter niets meer dan een scheidingssloot. In 1425 is ze door de Geldersen verbreed en uitgediept en diende ze voor afvoer van overtollig water uit hun broeklanden. Over de volle lengte aan hun zijde, dus de Westkant, werd ook een behoorlijke kade gelegd. Bij de monding aan de Zuiderzeekant werden gemetselde wanden van steen gebouwd voorzien van sleuven. Bij hoog water van de Zuiderzee konden er dan houten schotten geplaatst worden Zodat het achterland gevrijwaard was tegen overstroming. Aan de Zuidzijde werd een sluis gebouwd ter regeling van het waterpeil. De Geldersen waren nu aan zet en keken grijnzend met hun hoofd over de kade. Campervenne voelde zich genomen. Bewust of onbewust werd er vanaf de Veluwe bij overvloedig water gespuid door de sluisdeuren te openen en bij een beetje hoge waterstand van de zee werden niet zelden de schotten geplaatst om instroming te tegen te gaan. Het gevolg was dat het water vrijelijk de Campervenner Wangen overstroomde tot aan de Leidijk. Niet zelden stroomde het daar ook over en zette het binnenland plas. Pittige discussies werden er gevoerd tussen de belanghebbenden, echter zonder elkaar een duimbreed toe te geven. Boeren ter plekke bezweken vaak voor hun tomeloze woede en waren niet in staat zichzelf te beheersen, ze besloten dan tot eigenmachtig handelen. Diep in het holst van de nacht staken ze met een provisorisch vlotje de gracht over om de kade aan de Oosterwolderzijde door te steken en dan zo rap mogelijk terug en de bedstee in. Maar niet zelden kwamen kadelopers hen over het mat en dan waren de rapen gaar. De Geldersen verklaarden bij hoog en bij laag dat de strook grond toebehoorde aan hun voorouders en door de Campervenners op een linke manier werd ingepikt. Het eindresultaat was dat de Campervenners zich niet de wet lieten stellen en aan hun zijde van de gracht ook een kade legden die een weinig hoger was dan die aan de overzijde.........En toen grijnsden de Leykaede bewoners weer! Deze pesterijen hebben eeuwen geduurd.