De Dompe Kerk.

 

 

Dompe toren en Kerk.

 

 

 

 



Rond 1300 begonnen de streekluden zich te beraden over een zelfstandig parochiaal onderkomen. Tot die tijd  voldeden de gelovigen aan hun kerkelijke verplichtingen bij de Sint Nicolays kerk te Campen. De patroon van deze kerk was ook aangesteld als beschermheer over de parochianen van Campervenne, hoewel het ressorteerde onder het St. Lebuinis kapittel van Deventer die tot 1541 het recht had om pastoors te benoemen. Het college van Kanunneken had het begevingsrecht voor het benoemen van een pastoor aan het Ysala dorp Wilsum beleend. De Campervenner gelovigen hadden echter weinig of geen binding met de nederzetting Wilsum omdat het aan gene zijde van de rivier lag en moeilijk bereikbaar was. Menigeen zocht dan ook contact met hun geloofsgenoten in de stad Campen. Onder supervisie van de St Nicolays kerk werd er besloten om een kerkje te stichten. Men koos voor een eenvoudig bouwsel passend bij de draagkracht van de bewoners.Na veel geharrewar over de plaats werd uiteindelijk besloten een plek te kiezen midden aan de Leidijk. Centraal tussen de daar liggende boerderijen en woonsteden. In die tijd de meest geconcentreerde en bewoonde plek van de welvarendste bewoners. Wel een aanvechtbare plaats vanwege de enorme kwetsbaarheid. Een te simpele waterkering in het Zuidwesten en volgens velen te gevoelig voor overstromingen. Maar rond het jaar 1320 waren de plannen klaar. Hoe het ook zij er verrees daar een soort bedehuisje. Op een harde kleilaag werd een zandlaag van één elleboog dikte aangebracht. Daarop verrees een simpel opgetrokken gebouwtje. Het geheel in ogenschouw genomen paste de naam devotiekapelletje hier echter beter op zijn plaats. Maar het begin stond er.

 

 

 

Toen de Kapel klaar was ontstond er grote behoefte aan een gezamenlijke begraafplaats. Het her en der begraven der doden op de zogenaamde ‘bottenackers’ begon uit de tijd te geraken. In de eerste jaren van de samenleving begroef men de doden vrijwel altijd naast de deur in de omgeving van de eigen familie nederzetting. Het vervoeren van de gestorvenen naar andere kerkhoven was voor Campervenne onuitvoerbaar. Na een dringend verzoek omkleed met voorgaande argumenten, kreeg men begraafrechten in 1330.

 

 

 

 

In het jaar 1362 spoelde een vloedgolf over Campervenne met een alles verwoestende uitwerking. Bekend als de zogenaamde Marcellesvloed. De kapel werd geheel opgelost in de zoute branding. Toen het water zich weer naar de Suydersee terug trok vond men enkel en alleen de terp terug. In het jaar 1378 bouwde men op de zelfde plaats een Romaans kerkje van behoorlijke omvang. Ongeveer 50 bij 15 elleboog lengte groot. Een voor die tijd royaal bemeten gebouw. Dit in tegenstelling tot de eigen bewoning waarbij grote soberheid in het vaandel werd gevoerd. Bij kerkbouw kende men dat woord niet. Er werd een boogfundering gelegd en de opbouw bestond uit rode kloostermoppen en bruinrode baksteen. Het dak werd gedekt met ‘paters’ en ‘nonnen’ in Romaanse steil. Echt een bouwsel dat bestand bleek tegen wind en waterschade, althans zo was hun redenering. Toen deze kerk met toren en wedeme (Pastorie) voltooid was ging men er ook toe over de overledenen binnen de kerk te begraven. De doden werden begraven onder een laag opneembare moppen. Als herkenning van een graf werd daarop vaak een mop met een afwijkende kleur gelegd of een passend stuk natuursteen. Aanbrengen van naam of nummer was in die tijd nog ongebruikelijk. Voor een overledene werden normaal drie Pater Nosters gebeden maar het konden er ook vier of vijf zijn.

 

 

 

Dat gold ook voor een Ave Maria.

 

 

 

Een huwelijk werd door de pastoor gesloten met of zonder het opdragen van een mis.

 

 

 

Voor elk gedoopt kind werd minimaal één kaars ontstoken..

 

 

 

 

 

 

Het begraven gaf echter niet zelden onoverkomelijke problemen. Na overstromingen met aanzienlijke hoeveelheden verdrinkingsgevallen, en een door natuurgeweld ontoegankelijk kerkgebouw, wist men eigenlijk niet hoe de slachtoffers begraven moesten worden. In het jaar rond 1400 woede er een verschrikkelijke pest epidemie. Ook de bewoners van Campervenne bleef deze gesel niet bespaard. Als ratten stierven zij. Vele inwoners vluchten weg bij de zieken en gestorven om aan de zwarte dood te ontkomen.Tijdelijk werden ze toen buiten de kerk ter aarde gesteld omdat niemand meer kwam opdagen zodra er werd verteld dat een pestdode in de kerk was bijgezet. Toen ook nog de pastoor het slachtoffer werd stond men voor een groot dilemma. In de kerk was gewijde aarde en er buiten ongewijde. En een geestelijke begraven in ongewijde grond daarmee haalde men een doodzonde over zich.

 

 

 

Vele stormvloeden teisterden in de loop der jaren het kerkgebouw. Niet zelden kwam ze zwaar geschonden uit de strijd. Dan moet er weer bouwkundig worden ingegrepen. We kunnen rustig stellen; met lapmiddelen werd de kerk bruikbaar gehouden. Dikwijls werden er diensten gehouden in een zwaar gehavende ruimte en niet zelden slaakten diverse kerkgangers een zucht van verlichting als ze na de dienst weer ongeschonden buiten stonden.

 

 

 

 

 

 

Zo rond 1600 toen het kerkgebouw voor de zoveelste maal vernield werd, en de reformatie ging spelen, besloot men de terp aan te passen en werd deze vergroot tot 50 bij 80 ellen. Toen werd er ook wel buiten de kerk begraven. Vele Campervenners hebben er hun laatste rustplaats gevonden. Tot de buitengebruikstelling, zo rond 1900, zijn er ongeveer zevenduizend lichamen in deze grafheuvel ter aarde gesteld.

 

 

 

 

 

 

“Drie rijke, adellijke vrouwen, zussen van elkaar, getrouwd met kasteelheren, zeg maar roofridders, wilden zich van hun beste zijde laten zien en voor hun onderdanen wel een kerk bouwen. Hun typische eisen waren: elk een kerk, exact op een rechte Zuid-Noord lijn gelegen; op gelijke onderlinge afstand en in dezelfde steil, vorm en grootte. Zo kreeg Oosterwolde de centrale kerk(Kerkdorp). Bij Elburg moet er een gestaan hebben en er werd er een gebouwd aan de Leidijk op Campervenne  Zoals later zou blijken was de locatie niet zo gelukkig.. Talrijke overstromingen vielen haar ten deel en menigmaal is ze zwaar gehavend uit de strijd gekomen. Aan de Leidijk woonden toendertijd  meerdere boeren. De plaats was wel centraal tussen de nederzettingen van De Heuvels, Leidijk, Hogeweg, Zuideinde, en de later nog te stichten nieuwe woonoorden. Een structuur die tot de dag van vandaag nog herkenbaar is voor Kamperveen. Zo ontstond de samenleving “Campervenne”.