Kamperveen

 De bedijking

 

 

Met de bedijking is men zo rond 1300 begonnen al waren er voordien wel enkele korte opgeworpen aarden walletjes van plaatselijke aard. Vrijwel altijd om particuliere bezittingen om huizen en landerijen te beschermen. Het stemt vanzelf dat deze eigenhandig aangelegde dijken ook door belanghebbende moesten worden onderhouden. In een latere periode waren dat lang niet altijd de gebruikers maar ook burgers die elders woonden en hun leenovereenkomsten hadden afgesloten met plaatselijke bewoners. Zelfs de bisschop van Utrecht behoorde daartoe. Al heeft niemand hem ooit gezien met een spade om schade aan zijn bezittingen te herstellen.

 

De omvang van de dijkplicht ging vrijwel gelijk op met hun totale grond bezit.

 

Meerdere historici komen tot de conclusie dat er al rivierdijken moeten zijn aangelegd ver voor dat de stad Kampen bestond. De IJsseldijk aan de Oostkant van Kamperveen, beter bekend als de Venendijk liep ongeveer vanaf Zalk tot de oude IJsselarm  den Enck. De Veenemadendijk liep langs de Enck tot aan de Wilgenweg. De Veenemaden, ook wel Oostermaden genoemd liep Oostelijk van de bewoonde buurtschap Oene. De bewoners van deze nederzetting hadden ook de onderhoudsplicht. In de laatste decennia van 1300 heeft Kampen de Slaperdijk aangelegd waardoor de zelfstandigheid van deze buurtschap verloren ging. Evenwel het onderhoud van deze dijk bleef wel voor de bewoners. Wel had dit tot gevolg dat er een duidelijke grens getrokken werd tussen Kampen en Kamperveen. Hoewel hele gedeelten van hun land toen onder de Marke Kampen kwamen te liggen, bleef de dijkschouw  bij de bewoners van het Oene. Maar omgekeerd waren er ook Kamper grondgebruikers die de zorgplicht voor de dijken rond Oene behielden. Een ieder had een stuk dijk, hetzij kort of lang, te onderhouden. Dit werd afgepaald met palen. De Oenerbargen, met op de hoogste toppen de erven, behorende bij de omliggende landerijen, bestond uit meerdere en onregelmatig liggende hoogten. Tussen deze hoogten werden in de slenken weer kades of dijkjes aangelegd. Dit is allemaal geklaard rond 1345. Nu was de verbinding van de waterkering tegen stormvloeden van uit de Zuiderzee tussen de Zwartendijk en de Venedijk compleet. In 1347 droeg Kampen het onderhoud van den Nieuwendijk op aan de “Veenlude” met de bepaling dat eventuele grond voor schadeherstel gehaald diende te worden binnendijks in “Ondincger broec”. Bedoeld wordt hier waarschijnlijk het Onderdijks.

 

De marke Kampen had diverse korte en lange stukken dijk te onderhouden die afwisselend lagen tussen die der bewoners van Oene.  Het waren hoofdzakelijk de lagere gedeelten tussen die bergen waar door de stad kades gelegd werden en die ook door hen onderhouden moesten worden. Terwijl de particuliere eigenaren die op de hogere “bargen” woonden dezelfde verplichtingen hadden. Uit een anders script blijkt dat de stad tussen de daar plaatselijk gelegen bergen 36 roeden moest onderhouden en verder Noordwaarts den gehelen dijk. Al met al ontstond hierdoor een uitermate vreemde situatie met langlopende conflicten en rechtszaken.

 

De IJsseldijk nu Venedijk genoemd was teven de grensscheiding tussen Wilsum en Campervenne. De rivier, welke uit de bocht bij Zalk kwam, In de buurt van Westerode, (Westera) liep vrijwel rechtlijnig tegen de Kamperveense  “Barg”, het Zandeke op.