Kamperveen

Kamperveen

"uit het woordenboek van van der Aa"

 

Gedrukt in 1845.

 

 

KAMPERVEEN, polderdistr. in Zalland,  prov. Overijssel arr. Zwolle,  kant. Kampen,  thans uitmakende het negende dijkdistrikt dier provincie; palende  N. aan de gem. Kampen, O.aan de gem. Wilsum en ZaIk-en-Veecaten Z. aan de Geldersche gem. Oldebroek en Hattem, W. aan de gem. Oldebroek en Doornspijk.

 

Het bevat de pold. Kamperveen en beslaat,  volgens het ka­daster, eene oppervlakte van 2227 bunder. schotbaar land; telt 85 huizen waar­onder 74 boerderijen, en wordt door drie sluizen, van welke ééne op de rivier den IJssel en twee op de Zuiderzee afstroomen, alsmede door twee scheprad-watermolens , welke op zee uitmalen , van het overtol­lige water ontlast.  De admistratie en het beheer van het distrikt ‘wordt, sedert de nieuwe organisatie der dijken, polders en waterlei­dingen in Overijssel, uitgeoefend door een dijkbestuur, bestaande uit eenen Dijkgraaf, vijf heemraden en eenen Secretaris, die tevens den post van Ontvanger waarneemt en door een collegie van zeven Hoofd­ingelanden  uit de voornaamste grondbezitters, gekozen.

 

KAMPERVEEN, gem. in Zalland, prov. Orerijssel, arr. Zwolle, kant. Kompen ( k. d., 5 m. k., 1 s. d., 2 u~~d~)i palende  N. W. aan de gem. Kampen,  N. aan de gem Kampen en aan den Veendijk, die haar van de gem. Wiilsum scheidt, O. aan  Zalk-en Veecaten  Z. en  Z. W.  aan de Geldersche gem. Doornspijk en Oldebroek.

 

Deze gem,  bestaat uit de buurschappen  Hoogeweg, welke eigenlijk het d. uitmaakt, het  Zuideinde , de Zande en Hollander-Akkers

 

Beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 2227 bund. 12 v. r.

 

17 v. ell., waaronder 2226 bunder. 77 v. r. 78 v. ell. belastbaar land;

 

telt 85 hoeven, grootendeels op terpen of vliebergen staande, bewoond door

 

89 huisgez., uitmakende eene bevolking van 500 inw., die meest hun

 

bestaan vinden in landbouw en veeteelt.

 

De gem, welke bijna een langwerpig vierkant vormt, is in cene znidwestelijke rigting gelegen, en wordt, in hare geheele lengte van het Zuiden naar het Noorden, in eene zuidwestelijke strekking, door sneden door den Leidijk, door de Binnenwetering, door dce Hogenweg en door de Buitenwetering.

 

De inw., die hier alle Herv. zijn, onder “welke 260 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. en ring van  Kampen behoort.  De eerste, die hier het lesraar amt heeft waargenomeni, is geweest Hermanus Vos, ook Biebman genaamd, die hier reeds in het jaar 1582 in dienst was, en tegen het jaar 1587 naar Wilsum vertrok. Het beroep geschiedt door den  kerkeraad.

 

Men heeft in deze gem. eene school, welke gemiddeld door een getal van 60 leerlingen bezocht wordt.

 

Hel d. Kamperveen ligt  2 u. W. van Zwolle, 1 u. . Z. van Kam­pen, in een laag  en waterachtig oord.  Dewijl de huizen meest allen verspreid liggen, bestaat er geen eigenlijke  kom van het dorp.

 

Tot op het laatst der twaalfde eeuw , lagen de gronden hieromtrent ‘woest en eenzaam’.  Na den verschrikkelijken watervloed , van het jaar 1170, gaf GODEFRIDUS van RHENEN, de achtentwintigste Bisschop van Utrecht, met toestemming van de lands Edelen, aan eenige arme Friezen vrijheid , om zich neder te zetten in deze moerassige en onbebouwde streek, het Veen, en naderhand om de nabijheid der stad Kampen,  Kamperveen genoemd.  Wilbrand  van  Oldenburg, de zes en dertigste Bisschop van  Utrecht, stelde hen vrij van  krijgsdiensten buiten hunne palen, en van buitengewone beden en schattingen, waar­mede de overige ingezetenen van het Sticht dikwijls belast werden. Zij moesten echter de veenlanden en woeste velden bebouwen, en daar­van jaarlijks de tienden opbrengen voor den Bisschop, en de kleine of smalle tienden voor het heilig synode van Wilsum, zijnde van ieder huis 4 penningen, alsmede voor St. Marten , d. i. de kerk ven Utrecht, van ieder erf 5 stuivers en van een half erf 50 penningen of  2 ½ stui­ver, alles Deventer munt.  Hij schonk hun verder gelijke voorregten als Otto van Gelder, de drie en dertigste Bisschop van Utrecht , in het jaar 1215 aan de hoorige lieden der Heeren van Buckhorst had  toegestaan, toen de Veenen van ZaIk en Wilsum bebouwd zouden worden. Door deze Friesche kolonisten werd  Kamperveen spoedig zodanig verbeterd, dat de burgers van Kampen , die, met de overige ingezetenen van hun kerspel buiten de stad, acht erven of hoeven , aldaar gelegen, in gemeenschappelijken eigendom hadden, daarvan eene jaarlijksche pacht begonnen te trekken, en besloten die af te staan aan hunne kerspelkerk, ten behoeve van den Priester.  Deze overeenkomst werd in 1236 door Ono van Holland, den zes en der­tigsten Bisschop van Utrecht, die ook den voorspoed der kolonie aan­merkelijk bevorderde, goedgekeurd en bevestigd.

 

In  het jaar 1309 ondervonden de ingezetenen van Kamperveen ook de bescherming van Guido van Avesnes, den  twee en veertigsten Bis­schop van Utrecht, tegen Gijsbert heer van Buckhorst, die zich het regt aanmatigde, om  hun schattingen op te leggen, betwelk hem ech­ter dadelijk werd belet; de Bisschop verklaarde hem daartoe ongeregtigd en de Kamperveeners ongebonden, hem eenige schatting te beta­len, belovende hunne voorregten en vrijheden steeds te zullen handhaven.  In het jaar 1371 had  Herben van Putten, Heer van Puttenstein, de tienden en andere inkomsten in Kamperveen  welke hij van Arnoldus van Hoorn, den negen en veertigste Bisschop van Utrecht, in leen hield  maar, trots op zijn vermogen , behandelde hij zijne onderhoorigen als slaven, en  knevelde inzonderheid de ingezetenen van Kamperveen, waar zijne lieden allerhande moedwil bedreven.  De roofzieke knechten van Puttenstein kwamen meermalen aldaar plunde­ren, maar de Schout van  Kamperveen viel met zijne boeren zoo gewel­dig op de Gelderschen aan, dat er negen op de plaats dood bleven en de overigen met bebloede koppen moesten aftrekken.  Dit gaf aanlei­ding tot eene oorlogsverklaring aan Kampen, welke ten gevolge had, dat het slot Puttenstein, in 1375, werd  belegerd, vermeesterd en tot aan den grond toe afgebroken, om daarop nimmer weder eenige sterkte te mogen bouwen.

 

De voorm. kerk van dit dorp, staande aan den Leidijk, was, voor de Reformatie, aan den  Heilige Nicolaas  toegewijd, en door eenen der Utrechtsche Bisschoppen aan het kapittel van  St. Lebuines , te Deventer, geschonken, waarom zij ook ter begeving van dat kapittel stond.  Destijds had zij drie altaren , als: dat van  O.L.Vrouwe,  dat van de H. Anna en dat van den H. Antonius., maar alle drie zonder bedienaars of zonder inkomsten; Volgens de volkssage is deze kerk een van de drie kerken geweest, welke, door. drie rijke zusteren gebouwd, alle drie gelijkvormig waren ; in eene regte lijn; op gelijken afstand, van elkander stonden, en alle drie ook aan St. Nicolaas  waren gewijd.  De beide anderen zouden die van - Oosterwolde en Doornspijk geweest zijn.  Deze kerk, in het jaar 1718, door den bliksem in brand geraakt zijnde, werd geheel door het vuur vernield,  zoodat er niets van bleef staan dan de toren , welke, onder den naam van ouden toren, tot in 1859 nog aanwezig was, en alstoen voor afbraak verkocht en gesloopt is. De oude kerk moet echter weder opgebouwd zijn, aangezien wij lezen, dat het dak van de kerk te Kamperveen door den storm van 12  December 1747, is ingestort, en de kerk daardoor geheel onbekwaam voor de godsdienstoefening was geworden.  Hoe dit zij, zeker gaat het, dat  de Ingezetenen van dit dorp, aldaar goedsheeren genoemd, in het jaar 1748, eene andere kerk, aan den Hoogen-weg, op eenigen afstand en ten N. 0. van de oude, aan het pastorijhuis hebben doen bouwen , welke kerk den 15 September 1748 ingewijd en thans nog hij de gem. Kamperveen in ge­bruik is, zijnde. een goed gebouw, van eenen kleinen toren voorzien en waarin eerlang een orgel zal geplaast worden.

 

Ook heeft men in deze gem. het landgoed Ruimzicht en de havezate Wittenstein.De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 60 leerlingen bezocht.. - De kermis te Kamperveen  valt in den 16 Augustus.

 

Omtrent het jaar 1487 heeft Kamperveen veel overlast van eenige Geldersche Edellieden geleden, die gedurig invallen in de Veluwe, de Betuwe en het Zutphensche gebied deden , en groote buit maakten, loerende voornamelijk op de Kamper goederen. en kooplieden, vermits zij een pleit tegen die van Kampen hadden, dat te Ingelander-Holt, ook het Engelander-Holt, op de Veluwe, nog niet uitgesproken was.

 

Bij den watervloed, van  November 1775, heeft deze gemeente veel te lijden gehad, zijnde aldaar  enige boerenwoningen geheel weggespoeld.

 

Bij den watervloed van het volgende jaar, waren de meeste huizen in stukken geslagen vier menschen verongelukt en veel vee verdronken.

 

Door de, op de  15 November 1824  in den Zwartendijk ontstane doorbraak, werd ook deze gemeente overstroomd. èvenwel zonder dat daar­door enige schade werd veroorzaakt. De Kamperveense zeedijken, bekend onder de namen Nieuwen-dijk en Noord-Wendingerdijk, stonden deze storm door, zonder enige schade te lijden.. Die aan den Ijssel had zoo in de binnen als buiten dosseringen, veel geleden, en werd daarom, zoveel mogelijk door bekramming der zwakste delen hersteld. Zo dat hij weder in staat zoude zijn geweest, eenen vloed gelijk die van 15 november te verduren, dan tegen dien van 4 en 5 februari 1825 was niets bestand. Het water steeg in den morgen van den eerst vermelden dag tot 3 palmen boven de kruinen der dijken, welke, den overloop niet konden doorstaan, bezweken.

 

In den Nieuwen dijk vielen twee zware doorbraken, en een  in den daar aansluitende Noord-Wendingerdijk behalve dat deze op vele plaatsen tot aan het maaiveld werd afgeslagen.  De overstrooming was dan ook  zoo geweldig, dat men niets anders, dan de geheele ondergang der gemeente verwachtte. Ofschoon hierbij nu slechts zes menschen zijn omgeko­men, was echter de ramp, welke deze kleine gem. overkwam, aller­verschrikkelijkst.

 

De waterlozing van deze gem. was zo gebrekkig geworden, dat

een groot gedeelte daarvan aanhoudend onder water of dras stond,

 

tot dat voor ruim een tiental jaren  door de zorg van den Heer J.H.Grave  van Rechteren, destijds Gouveneur van Overijssel watermolens gebouwd zijn en dus dit gebrek hersteld is.

 

 

Kamperveense Zeedijk.  Dijk in Salland, Prov. Overijssel Z. W. van de stad Kampen.

 

Hij strekt zich uit van den Slaperdijk der stad Kampen, en loopt in eene oostelijke rigting naar Elburg.  Door liet doorbreken van dezen dijk, bij den watervloed van 14 en 15 November 1775, liep de polder van Broeken en-Maten geheel, en de stad Kampen voor het grootste gedeelle onder. - Bij den watervloed van November 1824, vielen in dezen dijk weder drie gaten - Na den watervloed van 1825 is deze dijk vervallen en door eenen overlaatdijk in den polder van Dronten vervangen.